Carmona 5000 jaar …

Deze morgen een ritje gemaakt in het elektrische busje van de enthousiaste stadsgids Alfonso. De ligging is inderdaad opmerkelijk strategisch: op een hoogte midden in een vlakte. Je ziet de vijand al van drie dagen ver komen. Archeologen hebben sporen gevonden van 5000 jaar oud en dat maakt het stadje een kampioen van een continue bewoning.

Na het stenen tijdperk kwamen de Feniciërs, de Grieken en de Romeinen. Julius Caesar roemde Carmona als de best versterkte stad. De streek was ook belangrijk als voedsel leverancier voor Rome en de Via Augusta liep er door. Carmona bestond toen uit twee hoofdwegen die Noord-Zuid en Oost-West liepen en elkaar kruisen in wat ooit het forum was en nu het centrale plein. De ganse stad was omwald en er waren dus 4 poorten. Daar zijn er 2 van over gebleven.

De Puerta de Cordoba ligt het hoogst. De Puerta de Sevilla, aan het andere uiteinde van de stad, ligt wat lager en is daarom uitgebouwd tot een heus fort met 6 poorten en 4 bouwlagen. Van de Feniciërs tot vandaag loopt 3000 jaar geschiedenis …

Sevilla

Het zou zonde zijn om niet een (half) dagje in Sevilla door te brengen.
Alhoewel, alhoewel … Carmona is ouder dan Sevilla (nogmaals dixit Alfonso, de gids).

Sevilla is niet zo ver – enkel een 20 minuutjes rijden.
Sinds de laatste keer dat we hier kwamen is er nog een modern bouwwerk bijgekomen: in de volksmond Las Setas (De Champignons) genaamd.

Het complex is in totaal contrast met de klassieke architectuur.

Helaas zijn wij er niet geraakt.
Het was kiezen: het is het Parque Maria Luisa geworden.

In en rond het park met rijen eucalyptus bomen bevinden zich verschillende paviljoenen, die voor de Expo van 1929 werden gebouwd.

Pronkstuk is de Plaza de Espana met een galerij en alcoven in azulejos.

Waar de galerij ideaal is voor onverwachte flamenco opvoeringen, worden de paviljoenen voor o.a. ambassades en andere organisaties gebruikt.

Alcazar de Arriba

We zijn dus in Carmona, een stadje niet ver van Sevilla, dat volgens een lokale gids, het oudste stadje van Europa, of toch ten minste van Spanje, zou zijn.

De Parador, waar we verblijven, is een oud fort – de Alcazar de Arriba of de Alcazar del Rey Don Pedro, hoog op een heuvel met een 180 graden zicht over de vallei.

Het fort bestond al ten tijde van de Feniciërs. Een Moorse koning bouwde er later zijn paleis op en na de Reconquista verbouwde Pedro I van Castilië het nog eens naar zijn smaak.

Surprise in Carmona

Bij het uitpakken van onze koffer, kom ik in een zijvakje een doosje tegen met amuletjes …

… nog een souvenir van Luxor.
Ik denk dat ik dringend alle koffers moet nakijken – wie weet wat voor schatten ik terugvind.

Feloek bootje varen

Als afscheid van de Nijl, een zalig zeiltripje bij valavond tot aan Luxor tempel. Laveren tussen de bakbeesten van de Nijlcruises en de vele overzetbootjes. Mooi om te zien hoe ze met maar 1 zeil en veel touw-en kettingwerk de boot helemaal naar hun hand zetten. Ook de aankomst aan het hotel was een mooi staaltje van stuurmanskunst en zeiltechniek; zonder motor.

Tegen de avond waren er ook veel vogels bezig: een zwerm op een veld, reigers in scheervlucht en ook kingfishers die boven water ter plaatse fladderen om dan met een duik hun prooi uit het water halen.

Wij eindigen onze “Luxor tempels trip” …

… met een fotootje van de kolossen van Memnon.

Toch straf, zo’n beeld gehouwen uit een blokje zandsteen van naar schatting 1000 ton (de beelden zelf zouden elk ongeveer 700 ton wegen). De beelden moesten dienen als poortwachters voor de dodentempel van Amenophis III, bijna 3400 jaar geleden.

Een blij man

Bij het kopje koffie, kijkt hij in een 3de druk (de 1ste kwam uit in 1927) van Alan Gardiner’s Egyptian Grammar, op de kop getikt in een winkeltje onder het Winter Palace. Genieten …

Het is niet meer up to date, vooral qua werkwoordsvormen, maar dit boek wordt nog steeds gebruikt!

Agatha Christie achterna

We gaan lunchen in het Winter Palace, hét hotel van Luxor.
Het is een pareltje in koloniale stijl, gebruikt voor o.a. de verfilming van Hercule Poiret’s avonturen.

Agatha Christie heeft hier trouwens ook echt gelogeerd, net zoals Albert I & Elisabeth, Lord Carnavon, Tony Blair en tutti quanti.

Het ziet er allemaal spic en span uit.
Maar je drinkt dan een Turkse Koffie (ah – wat verlangden wij naar het sterke koffietje met drab op de bodem van het kopje) …

… en ziet dan het volgende …

Dat vonden wij wel grappig voor zo’n chic hotel.

Architectuur

Alhoewel Luxor – zeker in vergelijking met Cairo – een zeer rustige stad is, sta je wel eens in de file.

Kijk je rond, dan zie je nog mooie gebouwen uit een lang vervlogen tijd.