Eindelijk – na 1.5 jaar – vliegen wij er weer uit.
Alhoewel dit wel onwennig aanvoelt – wij zijn zoveel mensen bij elkaar (weliswaar met masker) niet meer gewoon.
Een laatste blik op Rouen …
… van aan het bureautje in de hotelkamer …

en huiswaarts gaan we, via o.a. Rembures met haar “Noorse” kerkje…

en haar “sprookjes” kasteel…

met nog een laatste stop bij vrienden in Fontaine-le-Sec (we zijn er echter nog niet achter hoe het dorp aan die naam komt).

De volgende reis is – als de pandemie het toelaat – begin september naar Rome.
We moeten namelijk schoenen kopen.
Serieus, om één of andere reden komen wij altijd met een paar schoenen terug.
Tot later!
Elektrisch rijden in Frankrijk

Dat was vroeger soms een beetje frustrerend: er waren al eens laadpalen in panne op de autostrades en als je snel, snel in het Zuiden wilde zijn … nam je beter het vliegtuig.
Er zijn massa’s laadpalen in Frankrijk, maar je moet ze een beetje weten zijn.
Onze ‘Carmen Elektra’ heeft slechts een bereik van ong. 250 km, maar we zijn daarmee toch bezig aan een rondrit van meer dan 2000 km, zonder stilvallen.
Er staan overal 22kW palen op openbare parkings, ideaal om bij te laden terwijl je iets bezoekt, en ook flink wat aan 50kW waarmee je 80% laadt op een halfuurtje. En veel hotels bieden tegenwoordig laadfaciliteiten aan – indien nodig zelfs een huis-tuin-en-keuken stekkertje,
Het leukst wordt het wanneer de ‘reis de bestemming’ is en je de kleine weggetjes neemt en links en rechts eens afslaat aan een bord ‘chateau’ of iets anders dat je interesseert. Je geniet en maakt foto’s van het indrukwekkende landschap in plaats van te focussen op de nog af te malen kilometers.

Goedemorgen, Monet achterna!
Van Chartres naar Rouen.

Chartres
Het is al 40+ jaren geleden dat wij in Chartres zijn geweest. Het stadje is – althans dat is onze perceptie – fel veranderd, maar de kathedraal is nog altijd even indrukwekkend,




Mortagne-au-Perche
Het is tijd om huiswaarts te keren en zo slapen we nog een laatste keer in Normandië, in een stadje en een hotelletje, zoals je ze altijd in Frankrijk zou wensen.



De checklist voor Bretagne bijna afgevinkt
Een vuurtoren gevonden na een frisse wandeling in Quiberon – check!

De beroemde menhirs in Karnag gezien – check!

Voor lunch een galette met alles erop en eraan – Check!
Port Louis
Weer een fort, deze keer met een dubbele ophaalbrug en 3 musea: Marine museum, Redding op Zee en het Musée des Indes. Dat laatste toont veel mooie en interessante stukken, maar ook de schrijnende slavenhandel. De Fransen alleen voerden meer dan 3000 slavenhandel expedities uit.



Le Pont du Bonhomme
We beslissen niet rechtstreeks naar Vannes te rijden, maar even Lorient te bezoeken; en zo steken wij de Blavet – een andere indrukwekkende rivier – over via de Pont de Bonhomme.
Tot begin 1900 gebruikte men hier een veerboot voor alle verkeer tussen de dorpen Caudan en Kervignac. Toen werd de naam “Passage du Bonhomme” geboren. Er wordt zelfs gezegd dat op dit punt aan weerszijden van de Blavet twee tegenover elkaar liggende rotsen vaag het profiel boden van een man en een vrouw. Nu staat er op elke toren een figuurtje: een man en een vrouw in Bretonse klederdracht die naar elkaar kijken.


Van St Malo naar Drogere Oorden
Het regent weer en wij laten St Malo & hinterland achter ons. Naar het schijnt is het droger in Vannes.
De weg volgt in parallel de Rance, die in het Kanaal tussen Dinard en Saint-Malo uitmondt.


Van het ene fort + haven naar het andere…. In Pleudihen-sur-Rance is het – in scheepsbevrachtingstermen – Not Allways Afloat But Safe Aground.
Het was eerst niet de bedoeling Dinan te bezoeken, maar we konden niet weerstaan aan het haventje.





