Indonesisch maakt dikwijls combinaties voor nieuwe woorden. Soms grappig, soms inventief.
Een voorbeeld met als basis het woord “mata”wat “oog” betekent.
“Hari” betekent “dag”. Mata hari is dan het “oog van de dag” en dus de zon. (En ook de artiestennaam van de bekende Nederlandse verleidster en spionne Margarethe Zelle.
“Kaca” (katja uitgesproken!) is “glas” of “ruit”. Wat is een “kaca mata”? Inderdaad een “ruit voor het oog”, dus een bril!
“Sapi” betekent “koe”. “Mata sapi” is dus een “koeienoog”, wat in Vlanderen hetzelfde is als een “paardenoog”, een “spiegelei”!
Nog eentje om het af te leren: “air” betekent “water” (inderdaad verwarrend als je het ziet staan, wordt uitgesproken als “ajier”) . “Air mata” is dan water van het oog: een “traan” dus!

























