Terug in de “grote durian”

Met Garuda vlogen we van het natte Ambon naar het zwoele Jakarta. De luchthaven van Ambon kan niets groters aan dan de Boeing 737, maar is één van die kleine, gezellige luchthavens die je op veel eilanden hier treft. Er kwam ook een vlucht aan uit Banda Neira, wat ons meteen deed dromen van een volgende reis langs de Banda eilanden … Lain kali: een andere keer …

Zoals meestal: een rustige vlucht met soms een mooi zicht op een eilandje, wolkenformaties of een hoge berg.

Aankomend in Jakarta zie je de smog al hangen …

En de volgende morgen, is de smog er nog steeds (foto vanaf 15de verdieping van het hotel). Zie je meteen de oorsprong van de bijnaam van Jakarta: “durian besar”, of grote durian, het bekende ‘stinkfruit’. Lekker, maar het stinkt.

Laatste Molukse foto’s: Natsepa

Het Natsepa hotel ligt aan het Natsepa strand, een populaire toeristische plek voor de locals, die in het weekend massaal naar daar gaan en rujak (fruit slaatje met een pikante suikerstroop) eten en kelapa muda (kokosmelk) drinken. Het hotel zélf is een beetje gedateerd, maar is toch wel het beste in Ambon. Met enorm vriendelijk personeel. Gezien onze leeftijd en omdat Laura ook mee was, werden we onmiddellijk aangesproken met “opa” en “oma”. “Oom” en “tante” i.p.v. het gebruikelijke Indonesische bapak en ibu, hoor je ook veel als aanspreking. De Nederlanders hebben deze kant van Indonesië dan ook het langst gekoloniseerd.

Alles wordt netjes onderhouden, ook de kokospalmen. Er mocht eens een noot op een toerist vallen! En het strand met het heldere blauwgroene water is ook mooi!

Transport in de Molukken

We hebben 4 maal de ferry genomen van Ambon naar Saparua en Seram, en vice versa. De schepen zijn geriefelijk (toch in de duurdere ticket klasse) en snel. 2u voor de afstand Tulehu (ferry haven Ambon) – Amahai op Seram.

Zoals overal in Indonesië zijn er behulpzame dragers. Toeristen met veel koffers zijn een goudmijn; zelfs een rugzakje of een handtas is een doelwit. Ze houden contact met elkaar en je kan er ook mee afspreken dat ze jou bedienen bij de terugkeer. Aanmeren is telkens een verrassend spektakel: een handvol lenige kerels springt van op de kaai de brug in en stormt de kajuit binnen op zoek naar een ‘prooi’. Wat je niet wil dat ze dragen hou je gewoon bij. En ze zijn veel meer bedreven in het aan wal brengen van koffers van 20kg, dan wij!

In Ambon City heb je ook een taxi-app.
Eentje bestellen en hup, nog geen 5 minuten later, staat er eentje voor je klaar. Het lijkt S’pore wel :-). Seriously, zo gemakkelijk is het niet altijd in Europa.

Een dagje Ambon

We zijn terug op Ambon en gaan op shopping-spree voor wij naar JKT (Jakarta) vertrekken. De koffers gaan gevuld worden met Kayu Putih olie, kruidnagelolie, koekjes van sagomeel, en armbandjes in schildpad belegd met parelmoer.

Oh ja, ik was het bijna vergeten: na zeker 20 jaar heb ik eindelijk weer eens papeda, een typisch Moluks gerecht, gegeten!
Het is een smaakloze doorzichtige brij van sagomeel (in het hotel wel steviger gekookt en in bananenblad gedraaid), dat op smaak wordt gebracht met een vissoepje. De gele kleur is te danken aan kunyit (kurkuma). Allemaal heel gezond en voedzaam.

Ontwikkeling van Seram

6 jaar geleden waren wij in dezelfde regio en vonden wij het vanzelfsprekend dat er elektriciteit was. Maar, zo vertelde de eigenaar van ons hotelletje, elektriciteit in het dorp waar we nu verblijven is er pas sinds 2012. En de GSM-zendmast pas sinds 2018.

Maar ze kweken wel al jaren kruidnagel, nootmuskaat en tegenwoordig zelfs vanille.
Hier verse nootmuskaat. Het rode vliesje is foelie.

Op dit ogenblik ruikt het dorp echter naar kruidnagel, die overal op straat ligt te drogen.

Hier triage van pas geoogste kruidnagel.

Ze staan economisch nog ver van het kleinere Amboina, maar ze hebben hier wel al begrepen dat je moet triëren en niet zomaar overal vuilnis moet achterlaten, en zeker geen plastic.

Voor de verdere ontwikkeling van de economie – en dus ook toerisme – heb je ook een goed wegenetwerk nodig. Toen wij de vorige keer in Seram waren, lag de weg naar Ora Beach er perfect bij. Zo veel jaar later, heeft de natuur er een stokje voor gestoken. Hele stukken weg zijn weggezakt door aardverschuivingen. En dat heb je niet onder controle ….

Een stroom vleermuizen

Een merkwaardig fenomeen: elke dag verlaten duizenden vleermuizen de bergen. Een spectaculair beeld:

De lokale bevolking weet niet waarheen ze trekken, maar het tijdstip is zo klokvast dat ze – toen er nog geen horloges en GSMs waren – hun avondmaal hierop regelden.

Anderen zeggen dan weer dat dit de voorouders zijn. Voorouderverering is hier nog springlevend. Hoe dan ook: het is een merkwaardig en spectaculair zicht.

Snorkelen op Seram

We hebben al zicht op het maritieme leven van op de slaapkamer. Een hele school sardientjes. Een beetje verder in de Seram zee, zie je snel een grote variëteit aan koraal, sponzen en vooral vissen.

Met de prauw van Ora Sunrise trokken we er op uit, kundig bijgestaan door de skipper en de eigenaar van ons verblijf. Eerst voeren we naar een soort kunstmatige atol, opgetrokken uit koraal, waarin je kon duiken. Een beetje een vreemde situatie, maar daar maakten we kennis met Napoleon, een flinke kanjer. Maar liever open water. En waarschijnlijk dacht Napoleon er ook zo over …

Even een tussenstop bij de “visboer” voor een flinke langoest, voor het avondmaal.

En dan het echte werk: een leuke plek, die we 6 jaar eerder ook al bezochten, niet diep, vlak bij een vleermuizengrot en een verticale rotswand, maar met een grote variatie aan marine leven, dat helemaal niet schuw was.

Ora Beach, Seram

Vader leert dochter snorkelen,

er wordt in het dorp een vuurtje gestookt voor misschien wat ikan bakar of sate en de imam roept op voor het avondgebed.

We zijn na 2 uur varen en 2 uur rijden in Ora Beach aangekomen.
We slapen in een hutje op palen en zien echt scholen visjes onder ons doorzwemmen.

Maar meer nieuws en foto’s morgen.

Tussendoor …

nog wat fotootjes, gemaakt in Tuhaha, het dorp van onze grootouders.

Schoolmeisjes op terugweg (school is hier van 7:00 a.m. tot 12:00 p.m. of van 10:00 a.m. tot 3:00 p.m.).

Een bord verse vis – een soort tonijn.

Een kom vruchtjes, die qua smaak lijken op litchees.

Wat een zalige dag op Saparua

’s Morgens schelpjes en stukjes losse (uiteraard afgestorven) koraal zoeken en wat zwemmen.
Blij dat wij waterschoenen mee hebben, want de stukken rots en koraal zijn best scherp.

Daarna opdrogen en het strand verkennen.
Het begin van een nieuw stuk mangrove ….

Misschien is de zee wat wilder in het regenseizoen, er spoelt hier namelijk van alles aan. Gelukkig niet te veel plastic, maar best wel stukken hout en zelfs een hele boomstam.

’s Middags worden wij door nichtjes en hun kinderen opgehaald en krijgen wij met een busje (de chauffeur is ook familie) een rondleiding op het eiland

Fort Duurstede, wat er nog behoorlijk goed onderhouden uitziet.

en als kers op de taart: Putih Lessi, een ondergrondse bron, dicht bij het hotel.
Compleet met stalactieten en stalagmieten.