Het paleis van de Gravin van Lebrija

Lebrija deed bij mij een belletje rinkelen.
In een vorig leven kwam ik daar wel eens omdat een toenmalige klant van mij daar een mijn had, vanwaar wij via el Puerto de Santa Maria heelder scheepsladingen naar Oostende brachten.
Juan Peña El Lebrijano was een bekende Flamenco zanger die één van mijn favoriete platen vol zong samen met het Andalusisch Orkest van Tanger.
Dus moesten we daar even heen.

Wat een verassing. Doña Regla was erg geïnteresseerd in archeologie en oudheidkunde. In die tijd vonden landbouwers, die tractoren begonnen te gebruiken (en dus dieper ploegden), hele Romeinse mozaïeken onder hun machines. Zeer vervelend tot onze vriendin ze van hun kocht. Het hele huis op de benedenverdieping ligt vol met mozaïeken!

Doña Regla recycleerde veel bouwmaterialen wanneer ze haar huis verbouwde: azulejos tegeltjes van het afgebroken Augustijnenklooster, plafonds van andere staatspaleizen uit de buurt, etc.

In die tijd was exotisme in de hogere klasse ook een dingetje. Daarom was er een Marokkaanse kamer en dit portret van haar verkleed als Egyptische prinses, of althans hoe dat bedacht werd in die tijd…

De “trompetzwammen” (Setas) van Sevilla

Een laatste dag in Sevilla en omgeving.
Dus dan maar centrum stad de “Setas” gaan bewonderen.

De Plaza de Encarnación in het centrum stond ooit een klooster. Tijdens de Franse overheersing werd die afgebroken en snel opgevuld met een markt. De eerste voedingsmarkt van Sevilla met 400 stalletjes. Met de komst van de supermarkten en de auto werd die markt afgebroken. In 2004 werd een wedstrijd uitgeschreven “Metropol Parasol” om meer schaduw in de stad te krijgen.

Het winnende ontwerp voorzag in de bouw van het grootste houten bouwwerk ter wereld: 150 x 70 meter, 29 meter hoog. Het bestaat uit 3500 delen die met 16 miljoen bouten aaneen gehouden worden. Ze gebruikten Finse spar. In het gelijkvloers is er terug een voedingsmarkt, daarop is er een plein met mobiele plantenbakken en daarboven de eigenlijke zwammen, van waar je op het dak een machtig uitzicht hebt op Sevilla.

De mooiste straat van Europa is in Osuna

Dat zei de gids van het Colegiata, over de calle San Pedro van Osuna. Er stonden wat teveel auto’s in om er echt een mooie foto van te maken, maar er staan best wat indrukwekkende stadspaleizen. En niet alleen hertogelijke gebouwen.

Dit huisje van de Markies van Gomera is nu een mooi hotel. Let ook op het dure rood langs de dakrand!

Rondrit langs Ecija en Osuna

Ecija leek leuk op papier, een halfuurtje van Carmona, maar bleek uiteindelijk ons niet zo te boeien. We reden terug een halfuurtje verder naar Osuna, waar we stopten aan de hertogelijke universiteit. Daar konden we het Colegiata bezoeken; zeg maar een privé kathedraal.

We vielen van de ene verbazing in de andere. Na de inleiding in het Pantéon, ging het naar de crypte waar alle hertogen van het geslacht liggen.

De Hertogen van Osuna waren op een bepaald moment ook koningen van Napels en Sicilië en dus puissant rijk. Er hangt veel goud … en ze lieten zelfs Vlaamse en Italiaanse kunstenaars komen om in Osuna aan hun ‘hobby kathedraal’ te werken.

Alles was er om een kathedraal te zijn, maar er was geen bisschop in Osuna, dus werd het maar een ‘colegiata’. Maar zeg nu zelf, met zo’n altaar en koepel….

Smalle straatjes

Een stadje dat al 5000 jaar bestaat van voor de komst van de auto heeft smalle straatjes, die bovendien meer schaduw geven bij zomerse hitte. Maar hier zijn ze wel erg smal. Toen we donderdag avond arriveerden, stuurde de GPS ons een verkeerde kant op en kwamen in straatjes terecht die amper een duim breder waren dan de auto. We bleven dan ook ruim onder de maximum toegelaten snelheid van 20 km/u.

Klasse

Tot de jaren zeventig had je hier quasi geen middenklasse: er was enkel een elite van groot grondbezitters en landarbeiders, die 10 maanden per jaar de velden rond Carmona bewerkten. Met de mechanisatie van de landbouw waren die arbeiders plots hun werk kwijt en gingen ze elders aan de slag: Barcelona of verder Europa in. Een aantal keerde terug met een spaarcentje en die mensen en de opgang van het toerisme creëerden een middenklasse.

Maar de grote landeigenaars behoren nog steeds tot de 15 families die het al eeuwen voor het zeggen hadden. De meesten wonen in Madrid en komen maar een paar keer per jaar naar hun somptueuze villa’s en stadspaleizen. Er is zelfs eentje die speciale stenen laten bakken heeft met het ‘fleur de lys’ motief van de Bourbons.

Eieren brengen naar de Arme Klaren

We dachten dat dit een Brugse uitdrukking was om mooi weer af te smeken.
Blijkt hier ook te bestaan: regen op je huwelijksdag was een slecht voorteken en daarom gingen bruiden langs bij het convent van Santa Clara met een dozijn eieren om goed weer te regelen voor hun huwelijksdag.

En dan is de volgende vraag: wat doen ze met al die eieren? Antwoord: bakken. Meer bepaald de Torta Inglesa, een bekend lekkernij in Carmoa. En waarom Engelse Taart? De Engelse Archeoloog George Edward Bonsor die hier het Romeinse kerkhof onderzocht was er zo verzot op iedereen sprak van de ’taart van de Engelsman’.

Zoals je op de foto ziet is het een soort millefeuille met een laagje jam van een soort pompoen. Modernere versies hebben een laagje chocolade in het midden.