Klasse

Tot de jaren zeventig had je hier quasi geen middenklasse: er was enkel een elite van groot grondbezitters en landarbeiders, die 10 maanden per jaar de velden rond Carmona bewerkten. Met de mechanisatie van de landbouw waren die arbeiders plots hun werk kwijt en gingen ze elders aan de slag: Barcelona of verder Europa in. Een aantal keerde terug met een spaarcentje en die mensen en de opgang van het toerisme creëerden een middenklasse.

Maar de grote landeigenaars behoren nog steeds tot de 15 families die het al eeuwen voor het zeggen hadden. De meesten wonen in Madrid en komen maar een paar keer per jaar naar hun somptueuze villa’s en stadspaleizen. Er is zelfs eentje die speciale stenen laten bakken heeft met het ‘fleur de lys’ motief van de Bourbons.

Eieren brengen naar de Arme Klaren

We dachten dat dit een Brugse uitdrukking was om mooi weer af te smeken.
Blijkt hier ook te bestaan: regen op je huwelijksdag was een slecht voorteken en daarom gingen bruiden langs bij het convent van Santa Clara met een dozijn eieren om goed weer te regelen voor hun huwelijksdag.

En dan is de volgende vraag: wat doen ze met al die eieren? Antwoord: bakken. Meer bepaald de Torta Inglesa, een bekend lekkernij in Carmoa. En waarom Engelse Taart? De Engelse Archeoloog George Edward Bonsor die hier het Romeinse kerkhof onderzocht was er zo verzot op iedereen sprak van de ’taart van de Engelsman’.

Zoals je op de foto ziet is het een soort millefeuille met een laagje jam van een soort pompoen. Modernere versies hebben een laagje chocolade in het midden.

Carmona 5000 jaar …

Deze morgen een ritje gemaakt in het elektrische busje van de enthousiaste stadsgids Alfonso. De ligging is inderdaad opmerkelijk strategisch: op een hoogte midden in een vlakte. Je ziet de vijand al van drie dagen ver komen. Archeologen hebben sporen gevonden van 5000 jaar oud en dat maakt het stadje een kampioen van een continue bewoning.

Na het stenen tijdperk kwamen de Feniciërs, de Grieken en de Romeinen. Julius Caesar roemde Carmona als de best versterkte stad. De streek was ook belangrijk als voedsel leverancier voor Rome en de Via Augusta liep er door. Carmona bestond toen uit twee hoofdwegen die Noord-Zuid en Oost-West liepen en elkaar kruisen in wat ooit het forum was en nu het centrale plein. De ganse stad was omwald en er waren dus 4 poorten. Daar zijn er 2 van over gebleven.

De Puerta de Cordoba ligt het hoogst. De Puerta de Sevilla, aan het andere uiteinde van de stad, ligt wat lager en is daarom uitgebouwd tot een heus fort met 6 poorten en 4 bouwlagen. Van de Feniciërs tot vandaag loopt 3000 jaar geschiedenis …

Sevilla

Het zou zonde zijn om niet een (half) dagje in Sevilla door te brengen.
Alhoewel, alhoewel … Carmona is ouder dan Sevilla (nogmaals dixit Alfonso, de gids).

Sevilla is niet zo ver – enkel een 20 minuutjes rijden.
Sinds de laatste keer dat we hier kwamen is er nog een modern bouwwerk bijgekomen: in de volksmond Las Setas (De Champignons) genaamd.

Het complex is in totaal contrast met de klassieke architectuur.

Helaas zijn wij er niet geraakt.
Het was kiezen: het is het Parque Maria Luisa geworden.

In en rond het park met rijen eucalyptus bomen bevinden zich verschillende paviljoenen, die voor de Expo van 1929 werden gebouwd.

Pronkstuk is de Plaza de Espana met een galerij en alcoven in azulejos.

Waar de galerij ideaal is voor onverwachte flamenco opvoeringen, worden de paviljoenen voor o.a. ambassades en andere organisaties gebruikt.

Alcazar de Arriba

We zijn dus in Carmona, een stadje niet ver van Sevilla, dat volgens een lokale gids, het oudste stadje van Europa, of toch ten minste van Spanje, zou zijn.

De Parador, waar we verblijven, is een oud fort – de Alcazar de Arriba of de Alcazar del Rey Don Pedro, hoog op een heuvel met een 180 graden zicht over de vallei.

Het fort bestond al ten tijde van de Feniciërs. Een Moorse koning bouwde er later zijn paleis op en na de Reconquista verbouwde Pedro I van Castilië het nog eens naar zijn smaak.

Surprise in Carmona

Bij het uitpakken van onze koffer, kom ik in een zijvakje een doosje tegen met amuletjes …

… nog een souvenir van Luxor.
Ik denk dat ik dringend alle koffers moet nakijken – wie weet wat voor schatten ik terugvind.

Corona, corona, corona …

2020 zag er zo veelbelovend uit. Na een leuk weekend in Madrid konden we nog eens naar Spanje in maart… Op ziekenbezoek, en om nog eens te gaan kijken naar het Alhambra in Granada … Met logement in de Parador in het Alhambra … Niet goedkoop, maar wel speciaal. Een beetje lager op de berg heb je ook het Alhambra Palace (ontworpen door Gustave Eiffel) dat een spectaculair zicht heeft op Granada.

Zicht op het Generalife vanuit de Parador

Het blijft een heerlijke plek, maar ook wel een ’tourist-trap’ met soms te veel volk. Alhoewel … dat nu waarschijnlijk meevalt…

Ga ook kijken in de stad zelf. Granada was de laatste stad die heroverd werd op de Moren in 1492. Er zijn dan ook veel referenties naar Isabella La Catholica (zelfs in ons hotel), met als orgelpunt de kathedraal. Niet de gezelligste plek, maar wel indrukwekkend. Ook veel typische gepolychromeerde houten beelden.

Na Granada ging de rit langs de Sierra Nevada naar Motril en de Middellandse Zee tot aan Tarifa. Leuk stuk Spaanse Costa. Zalig weekendje, maar de volgende vrijdag was de 13de maart … België op slot, Spanje stuurde alle toeristen weg en we gingen in een collectieve lente-slaap.

Op de planning stond familiebezoek in Indonesië en Manilla … Allemaal afgelast. Terecht. Maar met veel vragen hoe verre reizen er gaan uitzien …

Tot gauw!

Madrid, 21 december

Lunch met 6 mensen uit 5 verschillende landen (alfabetisch: Cuba, België, Indonesia, Rusland en Kirgizië) in minstens 3 verschillende talen. Met een totaal verschillende opvoeding en politieke opvattingen, maar zo genieten van elkaars gezelschap.

Een kerstboodschap ….