Rondrit langs Ecija en Osuna

Ecija leek leuk op papier, een halfuurtje van Carmona, maar bleek uiteindelijk ons niet zo te boeien. We reden terug een halfuurtje verder naar Osuna, waar we stopten aan de hertogelijke universiteit. Daar konden we het Colegiata bezoeken; zeg maar een privé kathedraal.

We vielen van de ene verbazing in de andere. Na de inleiding in het Pantéon, ging het naar de crypte waar alle hertogen van het geslacht liggen.

De Hertogen van Osuna waren op een bepaald moment ook koningen van Napels en Sicilië en dus puissant rijk. Er hangt veel goud … en ze lieten zelfs Vlaamse en Italiaanse kunstenaars komen om in Osuna aan hun ‘hobby kathedraal’ te werken.

Alles was er om een kathedraal te zijn, maar er was geen bisschop in Osuna, dus werd het maar een ‘colegiata’. Maar zeg nu zelf, met zo’n altaar en koepel….

Smalle straatjes

Een stadje dat al 5000 jaar bestaat van voor de komst van de auto heeft smalle straatjes, die bovendien meer schaduw geven bij zomerse hitte. Maar hier zijn ze wel erg smal. Toen we donderdag avond arriveerden, stuurde de GPS ons een verkeerde kant op en kwamen in straatjes terecht die amper een duim breder waren dan de auto. We bleven dan ook ruim onder de maximum toegelaten snelheid van 20 km/u.

Klasse

Tot de jaren zeventig had je hier quasi geen middenklasse: er was enkel een elite van groot grondbezitters en landarbeiders, die 10 maanden per jaar de velden rond Carmona bewerkten. Met de mechanisatie van de landbouw waren die arbeiders plots hun werk kwijt en gingen ze elders aan de slag: Barcelona of verder Europa in. Een aantal keerde terug met een spaarcentje en die mensen en de opgang van het toerisme creëerden een middenklasse.

Maar de grote landeigenaars behoren nog steeds tot de 15 families die het al eeuwen voor het zeggen hadden. De meesten wonen in Madrid en komen maar een paar keer per jaar naar hun somptueuze villa’s en stadspaleizen. Er is zelfs eentje die speciale stenen laten bakken heeft met het ‘fleur de lys’ motief van de Bourbons.

Eieren brengen naar de Arme Klaren

We dachten dat dit een Brugse uitdrukking was om mooi weer af te smeken.
Blijkt hier ook te bestaan: regen op je huwelijksdag was een slecht voorteken en daarom gingen bruiden langs bij het convent van Santa Clara met een dozijn eieren om goed weer te regelen voor hun huwelijksdag.

En dan is de volgende vraag: wat doen ze met al die eieren? Antwoord: bakken. Meer bepaald de Torta Inglesa, een bekend lekkernij in Carmoa. En waarom Engelse Taart? De Engelse Archeoloog George Edward Bonsor die hier het Romeinse kerkhof onderzocht was er zo verzot op iedereen sprak van de ’taart van de Engelsman’.

Zoals je op de foto ziet is het een soort millefeuille met een laagje jam van een soort pompoen. Modernere versies hebben een laagje chocolade in het midden.

Carmona 5000 jaar …

Deze morgen een ritje gemaakt in het elektrische busje van de enthousiaste stadsgids Alfonso. De ligging is inderdaad opmerkelijk strategisch: op een hoogte midden in een vlakte. Je ziet de vijand al van drie dagen ver komen. Archeologen hebben sporen gevonden van 5000 jaar oud en dat maakt het stadje een kampioen van een continue bewoning.

Na het stenen tijdperk kwamen de Feniciërs, de Grieken en de Romeinen. Julius Caesar roemde Carmona als de best versterkte stad. De streek was ook belangrijk als voedsel leverancier voor Rome en de Via Augusta liep er door. Carmona bestond toen uit twee hoofdwegen die Noord-Zuid en Oost-West liepen en elkaar kruisen in wat ooit het forum was en nu het centrale plein. De ganse stad was omwald en er waren dus 4 poorten. Daar zijn er 2 van over gebleven.

De Puerta de Cordoba ligt het hoogst. De Puerta de Sevilla, aan het andere uiteinde van de stad, ligt wat lager en is daarom uitgebouwd tot een heus fort met 6 poorten en 4 bouwlagen. Van de Feniciërs tot vandaag loopt 3000 jaar geschiedenis …

Sevilla

Het zou zonde zijn om niet een (half) dagje in Sevilla door te brengen.
Alhoewel, alhoewel … Carmona is ouder dan Sevilla (nogmaals dixit Alfonso, de gids).

Sevilla is niet zo ver – enkel een 20 minuutjes rijden.
Sinds de laatste keer dat we hier kwamen is er nog een modern bouwwerk bijgekomen: in de volksmond Las Setas (De Champignons) genaamd.

Het complex is in totaal contrast met de klassieke architectuur.

Helaas zijn wij er niet geraakt.
Het was kiezen: het is het Parque Maria Luisa geworden.

In en rond het park met rijen eucalyptus bomen bevinden zich verschillende paviljoenen, die voor de Expo van 1929 werden gebouwd.

Pronkstuk is de Plaza de Espana met een galerij en alcoven in azulejos.

Waar de galerij ideaal is voor onverwachte flamenco opvoeringen, worden de paviljoenen voor o.a. ambassades en andere organisaties gebruikt.