De vakantie begint nou …

Op het TO DO lijstje niet veel: boodschappen (muggenzalf/deodorant/sim-kaart). een ATM waar – met bepaalde credit cards – eindelijk geld uit de muur komt en wat cultuur.

Wij rijden daarvoor onder andere over een best monumentale brug, die kan wedijveren met die in Congo Brazzaville en Manado (zie onze trip naar Sulawesi).

Omdat wij vandaag best wat rondrijden, gaan we even tanken en zien dan een file aan het benzine station.

Ik weet het, je kan je afvragen of dit wel interessant is voor de lezer, maar reizen is rondkijken, verwonderd zijn, nieuwsgierig zijn. En dat willen wij met jullie delen.

Synode?

Overal hangen posters i.v.m. een synode. Synode is gewoon Grieks voor “samenkomst” maar gebruiken we meestal in een religieuze context. Vreemd genoeg staan er op vele affiches ook geüniformeerde mensen… Moeten we eens uitzoeken.

British Museum, The Silk Route Exposition

wij hebben juist de tentoonstelling van de zijderoute verlaten en bij een broodje in de Members’ Room met zicht op de inner court zijn wij nog aan het nagenieten van zoveel moois.

Eigenlijk gaat het niet over DE zijderoute, maar over een web van handelsroutes: van de Molukken tot Sutton Hoo – over land , langs rivieren en over zee. Inclusief de Vikingen.

Er zijn prachtige zijden schilderingen van Buddha – zeer fragiel, dus niet te fotograferen -, een Pakistaans bronzen beeldje in Zweden opgegraven, spectaculaire juwelen: goud, zilver, al dan niet met edelstenen (onder andere carneool, teruggevonden in Engeland) en een zeer eenvoudig armbandje van aan elkaar geregen kruidnagel (rechts onder op de foto)

Er zijn ook mantels met zijden applicaties en een schattige schoen ..

Zo veel …

Deze tentoonstelling overtuigt ons ook om in oktober – bij onze volgende reis naar Indonesia – Sumatra, en meer bepaald Padang. te bezoeken. Padang is namelijk een van de havens die vanuit de Molukken naar het Westen werd aangedaan. Maar daar later meer over.

Laatste Molukse foto’s: Natsepa

Het Natsepa hotel ligt aan het Natsepa strand, een populaire toeristische plek voor de locals, die in het weekend massaal naar daar gaan en rujak (fruit slaatje met een pikante suikerstroop) eten en kelapa muda (kokosmelk) drinken. Het hotel zélf is een beetje gedateerd, maar is toch wel het beste in Ambon. Met enorm vriendelijk personeel. Gezien onze leeftijd en omdat Laura ook mee was, werden we onmiddellijk aangesproken met “opa” en “oma”. “Oom” en “tante” i.p.v. het gebruikelijke Indonesische bapak en ibu, hoor je ook veel als aanspreking. De Nederlanders hebben deze kant van Indonesië dan ook het langst gekoloniseerd.

Alles wordt netjes onderhouden, ook de kokospalmen. Er mocht eens een noot op een toerist vallen! En het strand met het heldere blauwgroene water is ook mooi!

Transport in de Molukken

We hebben 4 maal de ferry genomen van Ambon naar Saparua en Seram, en vice versa. De schepen zijn geriefelijk (toch in de duurdere ticket klasse) en snel. 2u voor de afstand Tulehu (ferry haven Ambon) – Amahai op Seram.

Zoals overal in Indonesië zijn er behulpzame dragers. Toeristen met veel koffers zijn een goudmijn; zelfs een rugzakje of een handtas is een doelwit. Ze houden contact met elkaar en je kan er ook mee afspreken dat ze jou bedienen bij de terugkeer. Aanmeren is telkens een verrassend spektakel: een handvol lenige kerels springt van op de kaai de brug in en stormt de kajuit binnen op zoek naar een ‘prooi’. Wat je niet wil dat ze dragen hou je gewoon bij. En ze zijn veel meer bedreven in het aan wal brengen van koffers van 20kg, dan wij!

In Ambon City heb je ook een taxi-app.
Eentje bestellen en hup, nog geen 5 minuten later, staat er eentje voor je klaar. Het lijkt S’pore wel :-). Seriously, zo gemakkelijk is het niet altijd in Europa.

Een dagje Ambon

We zijn terug op Ambon en gaan op shopping-spree voor wij naar JKT (Jakarta) vertrekken. De koffers gaan gevuld worden met Kayu Putih olie, kruidnagelolie, koekjes van sagomeel, en armbandjes in schildpad belegd met parelmoer.

Oh ja, ik was het bijna vergeten: na zeker 20 jaar heb ik eindelijk weer eens papeda, een typisch Moluks gerecht, gegeten!
Het is een smaakloze doorzichtige brij van sagomeel (in het hotel wel steviger gekookt en in bananenblad gedraaid), dat op smaak wordt gebracht met een vissoepje. De gele kleur is te danken aan kunyit (kurkuma). Allemaal heel gezond en voedzaam.

Ontwikkeling van Seram

6 jaar geleden waren wij in dezelfde regio en vonden wij het vanzelfsprekend dat er elektriciteit was. Maar, zo vertelde de eigenaar van ons hotelletje, elektriciteit in het dorp waar we nu verblijven is er pas sinds 2012. En de GSM-zendmast pas sinds 2018.

Maar ze kweken wel al jaren kruidnagel, nootmuskaat en tegenwoordig zelfs vanille.
Hier verse nootmuskaat. Het rode vliesje is foelie.

Op dit ogenblik ruikt het dorp echter naar kruidnagel, die overal op straat ligt te drogen.

Hier triage van pas geoogste kruidnagel.

Ze staan economisch nog ver van het kleinere Amboina, maar ze hebben hier wel al begrepen dat je moet triëren en niet zomaar overal vuilnis moet achterlaten, en zeker geen plastic.

Voor de verdere ontwikkeling van de economie – en dus ook toerisme – heb je ook een goed wegenetwerk nodig. Toen wij de vorige keer in Seram waren, lag de weg naar Ora Beach er perfect bij. Zo veel jaar later, heeft de natuur er een stokje voor gestoken. Hele stukken weg zijn weggezakt door aardverschuivingen. En dat heb je niet onder controle ….

Een stroom vleermuizen

Een merkwaardig fenomeen: elke dag verlaten duizenden vleermuizen de bergen. Een spectaculair beeld:

De lokale bevolking weet niet waarheen ze trekken, maar het tijdstip is zo klokvast dat ze – toen er nog geen horloges en GSMs waren – hun avondmaal hierop regelden.

Anderen zeggen dan weer dat dit de voorouders zijn. Voorouderverering is hier nog springlevend. Hoe dan ook: het is een merkwaardig en spectaculair zicht.

Snorkelen op Seram

We hebben al zicht op het maritieme leven van op de slaapkamer. Een hele school sardientjes. Een beetje verder in de Seram zee, zie je snel een grote variëteit aan koraal, sponzen en vooral vissen.

Met de prauw van Ora Sunrise trokken we er op uit, kundig bijgestaan door de skipper en de eigenaar van ons verblijf. Eerst voeren we naar een soort kunstmatige atol, opgetrokken uit koraal, waarin je kon duiken. Een beetje een vreemde situatie, maar daar maakten we kennis met Napoleon, een flinke kanjer. Maar liever open water. En waarschijnlijk dacht Napoleon er ook zo over …

Even een tussenstop bij de “visboer” voor een flinke langoest, voor het avondmaal.

En dan het echte werk: een leuke plek, die we 6 jaar eerder ook al bezochten, niet diep, vlak bij een vleermuizengrot en een verticale rotswand, maar met een grote variatie aan marine leven, dat helemaal niet schuw was.

Ora Beach, Seram

Vader leert dochter snorkelen,

er wordt in het dorp een vuurtje gestookt voor misschien wat ikan bakar of sate en de imam roept op voor het avondgebed.

We zijn na 2 uur varen en 2 uur rijden in Ora Beach aangekomen.
We slapen in een hutje op palen en zien echt scholen visjes onder ons doorzwemmen.

Maar meer nieuws en foto’s morgen.