Ambon Manisé (lieflijk Ambon) zeggen ze hier

Slogan aan het voetbalveld – doet dit niet een beetje aan het Rijksmuseum in Amsterdam denken?
Nee, het zijn geen frietjes, maar gebakken  kasave met sambal en … een pala-drankje!
Selfies bij een verzilverde soldaat …

Even meer fotootjes dan tekst: met de jetlag nog in het lijf, moe van het zoeken naar (vliegtuig) tickets naar één of andere eilandengroep.  Helaas zijn er enkel tickets naar Kei Besar, wat volgens een stel Strasbourgiens in het hotel, niet super is.

Nu richten we onze aandacht op het grote eiland Seram, voor veel Molukkers het moeder­eiland. Zo kunnen we J’s familie herleiden tot een dorpje in het zuiden van Seram.

Dag 4: naar Ambon

Om 5:15 am (hey, what’s new :-)) vertrokken naar Soekarno-Hatta airport voor onze vlucht naar Ambon. Aan Terminal 3 afscheid genomen van Suleiman, aka Wim, met wie we Jakarta verkenden en die nu terug gaat naar zijn geliefde Bogor.

All shock & awe over deze gloednieuwe Terminal, speciaal voor meestal interne Garuda vluchten, met voor elk wat wils: mijn favoriete boekenwinkel Periplus (onmiddellijke reactie Pim: nee, Judith – straks hebben we overgewicht), bami eten in een New England style keuken, een grote winkel met koekjes voor de familie (oleh-oleh) en My Pertamina, een stand met pashmina sjaals en tassen. Als ex-directeur van Pertamina, de nationale petroleummaatschappij, zou mijn vader dit wel humoristisch gevonden hebben!

Termibal 3 enkel voor ‘domestic flights’ en 2 maal groter dan de internationale Terminal 2

Jakarta: de oude haven

Er was in tijd van de VOC eigenlijk maar 1 goede reden om Jakarta te bouwen: een natuurlijk zeehaven. En die ligt er nog en wordt nog gebruikt voor de kustvaart met …. euh … pittoreske houten schepen voor stukgoed vervoer van kaoline (voor de productie van porselein) tot rollen textiel. En ook hier is het geheime wapen: de dokwerker, nog wit van het klevende kaoline.

Ook grappig is de naam van de douane in Jakarta: die heet “pabea” een verbastering van Pap Jan die ooit eigenaar was van de haven en dus havenrechten eiste door boomstammen voor de schepen te spannen die nog niet betaald hadden. De ligplaatsen worden nog steeds aangeduid met ‘boom’ en een nummer.

Oude boten en nieuwe appartementen
De dokwerker in het wit met ’teensletsen’
Kaolineschepen in de oude haven van Sunda Kelapa

Dag 3: Op zoek naar SIM-kaarten

Het eerste punt op onze TO DO-lijst in JKT (afkorting voor Jakarta) is voor SIM-kaarten zorgen.

Je denkt dat je wel een winkel gaat vinden in één van de shopping malls, die Jakarta rijk is.  Mis poes – hoeft helemaal niet. Je kan dat gewoon in een supermarkt (in dit geval een kleine “Indomaret”) aan de kassa kopen.
Dus bezitten we nou een Indonesisch GSM # en een router met een Indonesische SIM-kaart (tja, IT-oblige …).

Dat allemaal dankzij onze neef, Suleiman Datuk, die ons ook door Pasar Baru (op de ingang stond in de oude Indonesische schrijfwijze Pasar Baroe) gidste, – wat een soort Indonesische souk is met tal van stoffenwinkels – en ons daar ook nog meenam naar een bami-tent, die al meer dan 40 jaar bestaat.

Dag 3: Jakarta verkennen

Jakarta heeft net als New York een bijnaam, maar in plaats van “The Big Apple”, is het hier “Durian Besar” (grote doerian). Bedenk maar een reden 🙂

Nu even wat gaan winkelen want het is maandag, dus geen enkel museum open. Bovenaan de lijst SIM kaarten voor de mobiele wifi router: handig (je hebt je eigen wifi altijd bij) en goedkoop. We moeten wel eentje vinden die overal in Indonesië werkt ….

Nachtzicht vanuit de kamer
Morgenstond in Jakarta

Avondlijke zwempartij

Samen met het zwembad van de vereniging van apothekers van Marrakesh (nietwaar Marieke?) en het badje van hotel Sarakawa in Lomé (nietwaar Dominique, Jean-Marie en Pauline?) behoort dit tot onze favorieten.

ideaal na een lange dag en korte nacht in een vliegtuigstoel. En perfect om dan de avond af te sluiten met een fijne hap in het Chinese restaurant en een luwak koffie en gebakken banaan als dessert.  En eindelijk terug een echt bed!

Zwembad Borobudur

 

Dag 2: Jakarta arrival

Weer een rustige Thaise vlucht van Bangkok naar Jakarta. Tegenwoordig hoef je als Belg, geen visa meer te hebben voor Indonesië, als je verblijf korter dan 30 dagen is. Soms vragen ze aan de grenscontrole om je ticket te zien.

Dan een blauwe taxi in en weer verbaasd kijken naar wat er weeral nieuw gebouwd is op 2 jaar tijd.

Einddoel is Hotel Borobudur, een oude glorie met een mooi zwembad.

Maar eerst – voor het zwemmen – even een lichte lunch met sate – wat anders … 🙂

Borobudur snack

Brussel-Bangkok

Thai – smooth as silk – van Brussel via Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië, Roemenië. Dan over de Zwart zee naar Georgië en via Bakoe de Kaspische Zee over. Dan werd het al wat exotischer: Iran, Afghanistan, Pakistan en India.  Parallel met Nepal (en ons project www.ketaketi.be) over Bangladesh en Birma. Zachte landing in Bangkok.

straks in een Boeing 787 naar Jakarta. tot dan!

Eeen meertje ligt tussen de wolken te blinken
De Karpaten die door de wolken komen piepen