Er was in tijd van de VOC eigenlijk maar 1 goede reden om Jakarta te bouwen: een natuurlijk zeehaven. En die ligt er nog en wordt nog gebruikt voor de kustvaart met …. euh … pittoreske houten schepen voor stukgoed vervoer van kaoline (voor de productie van porselein) tot rollen textiel. En ook hier is het geheime wapen: de dokwerker, nog wit van het klevende kaoline.
Ook grappig is de naam van de douane in Jakarta: die heet “pabea” een verbastering van Pap Jan die ooit eigenaar was van de haven en dus havenrechten eiste door boomstammen voor de schepen te spannen die nog niet betaald hadden. De ligplaatsen worden nog steeds aangeduid met ‘boom’ en een nummer.



