Dag 13: Manado city

Vanuit het vliegtuig zie je het al: Manado is een patchwork van huisjes, hoge flatgebouwen, shopping malls, handelsboten aan de kaai en brede drukke straten.

En druk is het: je kan hier naar het schijnt uren in de file staan.  Zo spreekt iemand van 30′ over 5 kms (nou ja … doen we soms ook ‘s morgens richting Bxl – toch?)  Maar het doet wel wat aan Jakarta denken.  En dat zouden de 700K+ Manadonezen wel willen, want ze kijken enorm op naar steden zoals Jakarta en Surabaya.

Nochtans mag deze stad in het Noorden van Sulawesi best trots zijn op haar afkomst: een mix van autochtone Minahasa’s met door de eeuwen heen Hollandse, Chinese, Japanse, Portugese en Indiase inwijkelingen.

De Minahasa zijn verwant met de bevolking van het zuiden van de Filipijnen en werden ook door de Spanjaarden gekoloniseerd.

Manado heeft waarschijnlijk de grootste christelijke bevolking in Indonesië: deze stad zou naar het schijnt wereldwijd in de Top 10 staan van de meeste kerken per inwoner.

We gingen deze ochtend een museumpje doen en werden verrast door een traditionele kulintang (het instrument, een soort xylofoon) muziekgroep die traditionele Minahasa liedjes speelden.

Enthousiaste toeriste en museumbewaker
De bas-kulintang met smartphone
Spontaan dansje

Nieuwe woordjes Indonesisch

Indonesisch maakt dikwijls combinaties voor nieuwe woorden. Soms grappig, soms inventief.

Een voorbeeld met als basis het woord “mata”wat “oog” betekent.

“Hari” betekent “dag”. Mata hari is dan het “oog van de dag” en dus de zon. (En ook de artiestennaam van de bekende Nederlandse verleidster en spionne Margarethe Zelle.

“Kaca” (katja uitgesproken!) is “glas” of “ruit”. Wat is een “kaca mata”? Inderdaad een “ruit voor het oog”, dus een bril!

“Sapi” betekent “koe”. “Mata sapi” is dus een “koeienoog”, wat in Vlanderen hetzelfde is als een “paardenoog”, een “spiegelei”!

Nog eentje om het af te leren:  “air” betekent “water” (inderdaad verwarrend als je het ziet staan, wordt uitgesproken als “ajier”) . “Air mata” is dan water van het oog: een “traan” dus!

Dag 12: naar Manado (Noord Sulawesi)

Bye bye Ambon. Of in het Ambonees: “amatoo”.

We vliegen met Garuda naar Manado via Ternate. Het eerste deel doen we met een ATR72-600 een turboprop toestel. Een paar weken geleden crashte een dergelijk vliegtuig in de buurt van Isfahan, Iran.  Aaaarggghhhh!

Net los van de runway
Na een 360° bocht zie je de luchthaven van Ambon onder de vleugel
Eilanden, eilandjes en water: de Molukken vanuit de lucht

Het tweede deel legden we af met een CRJ1000, een jet voor regionale vluchten van Bombardier. Ook leuk, maar vliegt een stuk hoger van de ATR72 en dus minder interessant voor de foto’s.

Time warp! we vertrekken hetzelfde uur als we landen!

 

Jalur evakuasi

Deze borden waren ons al opgevallen in Jogjakarta. Maar je ziet ze op vele plaatsen, waaronder ook Ambon.

Ondertussen lezen jullie al vlot Indonesisch en weten jullie dat dit een evacuatie hoofdweg betekent. Op Java had dit meestal te maken met een vulkaan. In Ambon gaat dit over een tsunami.

Eind oktober was er nog een aardbeving van 6.3 op de schaal van Richter.

Wel goed dat Indonesië voor elk gebied de risico’s bekijkt.

Dag 11: Terug naar Ambon …

… met een laatste blik op Saparua.

Saparua, meer bepaald Tuhaha, is en zal altijd thuis zijn voor mijn/onze Indonesische kant.  Maar thuis is voor mij, de jongens en de kleindochters ook Europa – van Oost naar West – en sinds 5 generaties Belgie.

Ik vraag mij vaak af wat thuis voor iemand met verschillende afkomsten betekent.  Voor mij, mag je nog zoveel heimwee hebben naar durian als je in Damme bent en naar asperges als je op Saparua zit, “thuis” maak jezelf!

Laatste lunch in de Molukken

Kohu-kohu

Wij hebben weliswaar geen papeda gegeten, wat een Ambonse soort “fufu” is (hier gebruiken ze wel sagomeel in plaats van maniok), maar wel kohu-kohu, een soort ceviche.  Waar mijn moeder het altijd maakte met verse vis, maken ze het hier tegenwoordig van gerookte vis.  Hier alvast een receptje

1 gerookte makreel in kleine  stukjes
1 krop ijsbergsla of jonge spinazie heel fijn snijden
500 gram schoongemaakte tauge
3 fijngesneden rode uien
1 bosje fijngesneden selderij
sap van 3 citroenen
1 fijn gesneden lombok
500 gram kokos
dit alles goed door elkaar mengen en op smaak brengen met nog wat zout.

Dag 10: Snorkelen

Het terras van ons huisje geeft je al een idee van wat vroeger zeetuinen genoemd werden.

Maar nog beter is natuurlijk snorkelen ietwat verder van de bewoonde wereld af.  We hebben een kleine mantarog gezien, waaiende zeeanemonen, papegaaivissen en nog veel meer moois.  Je keek je ogen uit! Honderden verschillende soorten.

Ons duikplekje
Geen idee hoe het visje heet, maar wel een van de mooiste

Dag 9: Ora Beach

Na 2.5 uur rijden en een 5′ overzet, komen wij aan in Ora Beach.

Onze kamer is een paalwoninkje in de zee, beschermd door een steile rots.

Restaurant Ora Beach

Het enige wat je hier hoort is de golfslag en het plonsen van een school vliegende vissen.  En zo nu en dan komt er ook nog een krabbetje op bezoek.

De laatste krant

Dag 9 en 10: Incommunicado in Seram

Hallo allemaal,

Sorry voor de lange afwezigheid.
We zijn even op Seram geweest – een 2.5 dag detox van bijna alle mogelijke telecommunicatiemiddelen.

Seram is zeker 3 keer Belgie en nog steeds niet echt ontgonnen.

Niet dat de vorige regeringen dat niet geprobeerd hebben. Zo verkocht men in de jaren ‘70 van de vorige eeuw loten grond aan spotprijzen. Mijn vader en zijn neef Imong (Molukse verbastering van Simon) droomden van na hun pensioen een varkenskwekerij op Seram te beginnen voor export naar China. Ik heb nooit gevraagd hoe ze dat logistiek gingen uitvoeren.

80 km waarvan 70 met meer dan duizend bochten

Want alleen al de gloednieuwe weg van de haven Amahai in het Zuiden naar Ora Beach in het Noord-Westen, klimt tot 700m en meer en slingert dan door de bergen bedekt met oerwoud met hier en daar een kruidnagelplantage, maar ook bananen, cacao en … nootmuskaat in het wild.

10 vluchten …

Even de rest van onze reis geboekt . In total gaat het over 10 vluchten en 6 boottochten.

Eerst vlogen we via Bangkok naar Jakarta (2 vluchten). Dan naar Ambon (1).  Saparua (2 boot trips) Seram (nog eens 4). Dan woensdag naar Manado (2 vluchten). Enkele dagen later naar Surabaya (weer eens 2). Om dan de laatste dag van Surabaya terug naar Jakarta te gaan en dan naar huis (3 vluchten).

De collectie vliegtuigen gaat van “dikke beesten” zoals een Airbus 350 en een Boeing 787 tot kleine Canadair en zowat alles er tussen. In Indonesië hebben we Garuda geboekt voor de betere stiptheid en het betalingssysteem dat buitenlandse kredietkaarten toelaat. De low-cost concurrent Lion Air heeft soms een beter vluchtschema en een betere prijs maar laat geen Belgische (buitenlandse?) kaarten toe.

Beide maatschappijen vliegen met recent materiaal. Ooit zaten we op een spiksplinternieuwe Boeing 737; de eerste levering van het laatste type. Lion Air had er toen ook 1000 besteld bij Obama ….

Zonder luchtvervoer of scheepsvaart  raak je in dit land immers niet ver …