Wanneer een deel van de Hugenoten uit Frankrijk wegvluchtte en in de Kaap terechtkwam was de naam van hun “ghetto” snel gevonden. Het loopt hier over van wijngaarden en diverse landerijen. Veel met Frans klinkende namen, al dan niet vermengd met Afrikaans.
De huizen dan weer zijn in Hollands-koloniale stijl.
De mooie foto’s zijn niet altijd het hele verhaal … Het begon al met de eerste vlucht die nogal krap aansloot op de nachtvlucht naar Zuid-Afrika en dus al te laat vertrok uit Zaventem naar Frankfurt. De terminal daar is enorm en omdat we aankwamen aan gate A33 en vertrokken van Z58 hebben we het persoonlijke record snelwandelen met wieltjeskoffer even scherp gesteld.
De dikke Boeing 747 volgde de Rijn en ging dan over Genève naar Algerije. Zelden zo veel turbulentie gehad.
Eenmaal in Kaapstad wilden we een beetje cash afhalen, maar slikte het toestel mijn kaart in. Blijkbaar wilde die liever een creditcard i.p.v. een bankkaart…
En om de dag af te ronden was de huurauto een verrassing: links rijden in de UK met mijn eigen auto is geen probleem, maar aan het schakelen links geraakte ik niet gewoon en hebben we na een rondje rond de luchthaven die terug ingewisseld voor een automaat.
Wat een zaligheid – na 24h reizen in Franschhoek aan te komen. La Fontaine Guesthouse is echt wel een boutique hotel, met eigen terrasje, zwembadje om de hoek, king size bed en zelfs een kacheltje als het te koud wordt – deze blog begint aardig op een artikel in de Conde Nast Traveller te lijken.
En zo zijn wij dan in Jo’burg op weg naar Cape Town. Het is te lang om uit te leggen waarom wij niet rechtstreeks op Cape Town zijn gevlogen – laten we zeggen dat het COVID-gerelateerd is (je weet wel annuleringen, vouchers enz).
Anyway, ik kijk rond en ben nog steeds verbaasd hier te mogen zijn. Nooit gedacht dat ik hier ooit zou raken – dit land dat mij altijd zo gefascineerd heeft.
Van boeken, waarvan Cry the Beloved Country wel de belangrijkste is, over – onvermijdelijk – politiek en hieraan gekoppeld muziek van onder meer Mariam Makeba en Johnny Clegg & Savuka.
De uiteindelijke beslissing om Zuid-Afrika te bezoeken valt in Genève, waar het enthousiasme (en de grondige planning!!) van Line ons over de streep trekt.
Voilà, alles staat klaar voor vertrek. Voor ons doen hebben wij niet veel bij. Enkel 3 boeken, maar wel veel fotomateriaal (Ah ja, hoe gaan we anders de leeuw en de giraf van dichtbij fotograferen?). Wij hebben zelfs niet te veel maskers en testen bij; wij maken ons ook geen zorgen, neef & nicht zijn medisch geschoold – we zijn veilig.
Om al in Zwitserse stemming te komen – want neef & nicht zijn Zwitsers – eten wij gesmolten Vacherin (is buiten jam één van de laatste zaken in de ijskast) met krielaardappeltjes. Uiterst gemakkelijk recept, dat minder zwaar is dan raclette.
Het zwembad van Villa Burung leek, in de zon, wat op dat van de David Hockney schilderijen uit zijn Amerikaanse periode. Hierbij onze remake van “Pool with two figures”
Door vertraging in S’pore en een slechte transfer berekening van KLM, hadden wij 5 uur extra vakantie in Schiphol. Maar wij weten nu tenminste hoe wij – als simpele reizigers – een lounge kunnen binnenraken. Ideaal om bij een koffietje en een sapje rustig bij te komen. Zaalig die stilte na meer dan een halve dag motorgeluid.
De koffers met souvenirs worden nu uitgepakt en de wasmachine draait op volle toeren. Oh ja, bijna vergeten: wij hadden 5 kg overgewicht (de koffers, hè – wij uiteraard 🙂 ), wat bijna niet anders kon met minstens 1.5 kg koffie, blikjes en zakjes thee, 1 groot ‘coffee table’ boek, een voorraad batik en ikat (zo van: een mens kan nooit genoeg stof hebben) en een grote zak golfballetjes (ik kon niet weerstaan aan het kleine jongetje dat ze aanbood).
Maar serieus, het kopen van ikat-stof heeft zijn reden: elke keer dat wij in Indonesia komen, zijn bepaalde typische zaken minder te vinden: ik denk aan juwelen gemaakt van schildpadschild en parelmoer (Molukken), kayu puti olie (toen ik klein was, kocht je dat met de liter) om je in te wrijven als je wat ziekjes bent, ikat (wij weten al van minstens een fabriekje op Bali dat ondertussen gesloten werd). Het zijn cadeautjes voor de kleindochters, om niet te vergeten waar ze vandaan komen …
Soit, de correspondentie wordt bekeken – De Standaard wordt (chronologisch!) gestapeld -, de pakjes van Veepee (natuurlijk, waar zou ik anders kopen) worden geïnspecteerd en wij sluiten de reis af met een pot mosselen!
Wij zijn thuis en genieten nog na. Volgende stop – als het allemaal een beetje meezit – Zuid-Afrika in oktober. Check this space en tot ziens.
… een oude heer doet zijn dagelijks ochtendwandelingetje, de toke gekko (zie tokaygeckoguide.com) laat nog eens van zich horen, Pim zwemt nog een ’lapje’, de koffers zijn bijna helemaal gepakt – nog 4 uur en wij verlaten deze mooie plek in het Noorden van Bali. Villa Burung en haar staf zijn geweldig – een echte aanrader (en wij beginnen toch wel ervaringsdeskundigen te worden 🙂