Voilà, alles staat klaar voor vertrek. Voor ons doen hebben wij niet veel bij. Enkel 3 boeken, maar wel veel fotomateriaal (Ah ja, hoe gaan we anders de leeuw en de giraf van dichtbij fotograferen?). Wij hebben zelfs niet te veel maskers en testen bij; wij maken ons ook geen zorgen, neef & nicht zijn medisch geschoold – we zijn veilig.
Om al in Zwitserse stemming te komen – want neef & nicht zijn Zwitsers – eten wij gesmolten Vacherin (is buiten jam één van de laatste zaken in de ijskast) met krielaardappeltjes. Uiterst gemakkelijk recept, dat minder zwaar is dan raclette.
Het zwembad van Villa Burung leek, in de zon, wat op dat van de David Hockney schilderijen uit zijn Amerikaanse periode. Hierbij onze remake van “Pool with two figures”
Door vertraging in S’pore en een slechte transfer berekening van KLM, hadden wij 5 uur extra vakantie in Schiphol. Maar wij weten nu tenminste hoe wij – als simpele reizigers – een lounge kunnen binnenraken. Ideaal om bij een koffietje en een sapje rustig bij te komen. Zaalig die stilte na meer dan een halve dag motorgeluid.
De koffers met souvenirs worden nu uitgepakt en de wasmachine draait op volle toeren. Oh ja, bijna vergeten: wij hadden 5 kg overgewicht (de koffers, hè – wij uiteraard 🙂 ), wat bijna niet anders kon met minstens 1.5 kg koffie, blikjes en zakjes thee, 1 groot ‘coffee table’ boek, een voorraad batik en ikat (zo van: een mens kan nooit genoeg stof hebben) en een grote zak golfballetjes (ik kon niet weerstaan aan het kleine jongetje dat ze aanbood).
Maar serieus, het kopen van ikat-stof heeft zijn reden: elke keer dat wij in Indonesia komen, zijn bepaalde typische zaken minder te vinden: ik denk aan juwelen gemaakt van schildpadschild en parelmoer (Molukken), kayu puti olie (toen ik klein was, kocht je dat met de liter) om je in te wrijven als je wat ziekjes bent, ikat (wij weten al van minstens een fabriekje op Bali dat ondertussen gesloten werd). Het zijn cadeautjes voor de kleindochters, om niet te vergeten waar ze vandaan komen …
Soit, de correspondentie wordt bekeken – De Standaard wordt (chronologisch!) gestapeld -, de pakjes van Veepee (natuurlijk, waar zou ik anders kopen) worden geïnspecteerd en wij sluiten de reis af met een pot mosselen!
Wij zijn thuis en genieten nog na. Volgende stop – als het allemaal een beetje meezit – Zuid-Afrika in oktober. Check this space en tot ziens.
… een oude heer doet zijn dagelijks ochtendwandelingetje, de toke gekko (zie tokaygeckoguide.com) laat nog eens van zich horen, Pim zwemt nog een ’lapje’, de koffers zijn bijna helemaal gepakt – nog 4 uur en wij verlaten deze mooie plek in het Noorden van Bali. Villa Burung en haar staf zijn geweldig – een echte aanrader (en wij beginnen toch wel ervaringsdeskundigen te worden 🙂
Excuses voor de late ‘rapportering’. Gisteren, 26 juli, hebben wij weinig meer gedaan dan gezwommen en gelezen (‘Operation MinceMeat’ en ‘A Prince in a Republic’ – check it out :-)).
Eén van de 2 chauffeurs, verbonden aan de villa, vond echter dat wij de zonsondergang vanop een heuvel/berg moesten bekijken. Dus om 4:00 p.m. werden we opgehaald.
Eerst naar Air Panas, een vulkanische warmwaterbron. Vooraleer je kan genieten van een behagelijk warm bad, moet je wel eerst langs een ’toeristenfuik’. Er wordt ons van alles aangeboden, tot een hemd met de juiste maat voor Pim.
Daarna gaan we verder de heuvel op – best wel een berg, hoor – om aan te komen bij een Boeddhistisch Centrum van verschillende strekkingen.
Elke dag wordt het verkeer wel een paar keer opgehouden door schoolgaande jeugd, die al zingend op maat marcheert, al dan niet met de nodige choreografie.
Dit allemaal ter voorbereiding van de nationale feestdag op 17 augustus. Volgens onze chauffeur is er elk jaar een wedstrijd tussen de verschillende school gemeenschappen.
Je kan je afvragen of dit goed is, of dit niet overdreven is. En ja, op 6/7-jarige leeftijd kende ik de Pancasila, de basisprincipes van de Indonesische Staat, alsook het Indonesisch volkslied uit mijn hoofd. Het scheelt in niets van ieder Amerikaans kind dat de vlag groet en het National Anthem uit volle borst meezingt.
Waar je het sowieso mee eens kan zijn is dat minstens 1 keer per maand – zeker in het Noorden van Bali – de kinderen in klederdracht naar school gaan. Zo hou je – wellicht Pancasila-gewijs – je afkomst in ere.
We kijken recht op de Balizee, met rechts het Oosten en links het Westen. Zowel zonsopgang als zonsondergang is net ‘om de hoek’ en dus uit het zicht. Toch worden wij iedere dag op iets moois getrakteerd.
En twaalf uur later:
Het is bijna gedaan, hoor 🙂 Binnen 3 dagen keren wij naar huis.
Ikat is een typisch Aziatische weeftechniek die ook op veel Indonesische eilanden beoefend wordt. En dus ook op Bali. Na lang zoeken hebben we nog een echt fabriekje gevonden waar ze zelf weven. (Allemaal) dames die met erg antieke weefgetouwen aan de slag zijn om de fijnste stoffen te weven van katoen of zijde.
Moerbei heet “murbai” in het Indonesisch. Dat begrepen we na een snelcursus zijderups, waarbij een medewerker blaadjes voederde aan een collectie zijderupsen.