Extra sport

Ja, ja, golf is ook sport. Zelfs in Bali.
We hadden een logistieke combinatie gemaakt tussen Neef Wim ophalen in Denpasar en een potje golf. Op papier leek het zo perfect: zijn vliegtuig landde om 14:30 – tijd genoeg om van de Handara golf op de Bedugul berg mij daar om 12u te droppen en 3 uur later Wim op te pikken. Dat lukte ook.

Maar op de terugweg liep het verkeer helemaal vast omdat er de volgende dag een groot feest – één van de vele feesten in Bali – was en dat dus half Bali op weg was naar de familie elders. Ik had gerekend op een uurtje met een boekje en een drankje op het terras…. het werd meer.

Handara is een mooie golfbaan. Door de glooiende bergflanken is het wel een uitdaging, maar je wordt echt goed geholpen door de -verplichte- caddies.

Het lange wachten leverde ook mooie beelden op: in de avond komen er mooie mistbanken tussen de toppen en nog later zag ik een mooie zonsondergang achter de berg, met zicht op het Buyan meer en een stukje van hole #18. Dat maakt toch wat goed!

Dolfijnen en hun fans

6:00 a.m. WITA (Centraal Indonesische tijd)

Echt waar, om 5:00 a.m. tijdens de vakantie opstaan – geen haar op ons hoofd dat dit in normale omstandigheden zou doen, maar nichtje wil dolfijnen zien …

De zonsopgang is sowieso de moeite waard

Het was een bootje voor ons alleen en er was geen andere boot op “ons” stukje strand te bekennen, maar dan opeens … een hele “flotielje”.

Hadden we geen dolfijnen gezien, dan was dit al vertier genoeg geweest.
Maar na veel varen en de einder afzoeken, waren ze er dan ….

en het mooiste: moeder en kind …

en een kunstje

Watersport

Zoals eerder gezegd is er best wat te doen in en rond Lovina. Er is ook meer watersport dan duiken en snorkelen. Dit bijvoorbeeld:

Of dit

Villa in Lovina

Zoals de vorige keren proberen we het een weekje rustig te houden in het noorden van Bali. Lovina is een beetje druk met duikcursussen, trektochten, jetski, kooklessen, yoga en andere typische bezighoudingen, maar een beetje verder heb je – wat wij kampong blanda (Hollands dorp) noemen met een resem villa’s, die je voor een aantal dagen kan huren.

Ideaal om vrienden en familie te ontvangen. Deze week hebben we bezoek uit Singapore en Bogor (Java).

Villa Paradijs (het heet echt zo) ligt aan het strand, vlakbij de villa waar we in 2008 al verbleven. Lekker warm zwart zand. Met nog restjes van de ceremonie gisteren. En een breed uitzicht op de Balizee.

En achterom kijkend

Vuurdans

Samen met de kecak dans was er ook dit spektakelstuk. Eerst werd er een vuurtje gestookt met een berg kokos schelpen. Dan komt de danser het hoopje vuur uit mekaar schoppen en gaat er dan zelfs even bij zitten, terwijl de gensters in het rond vliegen. De assistenten harken het hoopje gloeiende kool weer bij mekaar waarbij de danser het terug uit mekaar schopt.

Kecak

Binnen de verschillende dansvoorstellingen, die Bali te bieden heeft, is de kecak dans wel één van de meest indrukwekkend.
Het is een ritueel, dat in de jaren ’30 door de Duite schilder , Walter Spies, aangepast werd. Hij voegde er dans aan toe, gebaseerd op de Ramayana. Wij konden een verkorte versie in het centrum van Ubud bijwonen.

Antonio Blanco

De Dali van Ubud. Ook een Spanjaard, maar dan geboren in de Filipijnen, in Azië gebleven en tenslotte gesettled in Ubud met een Balinese danseres.

Michael Pas heeft hier nog een televisieserie overgemaakt. Hier een link naar een interview in De Standaard van 2002:
https://www.standaard.be/cnt/dst14062002_192

De ingang is de grootste handtekening ter wereld: hij krabbelde zijn handtekening, plooide het papier, met de nog natte inkt, dubbel en dat was het ontwerp.

Antonio Blanco’s huis is bombastisch – Dali’s museum in Figueres is er niets bij. Spijtig genoeg mochten wij er binnen niets van fotograferen. Dit fotootje is “in het geniep” gemaakt. Van de gids mochten wij wel in de studio een mede-bezoeker fotograferen die per se Antonio Blanco in schilderspose na wilde bootsen.

Ubud – het centrum van kunst en ambachten

Iedereen wil Ubud gezien hebben met haar tempels, rijstvelden en kunstenaars. Houtsnijwerk, zilversmeden, dans, muziek, je noemt het – het is er allemaal.

De stad puilt dan ook uit: je doet er uren over – ik overdrijf, een uur – om aan de andere kant van de stad te raken. Het is één grote souk met rijen mensen, motorfietsen en auto’s. En het lukt allemaal – niemand tiert, niemand vloekt, niemand stapt uit. Ah neen, dan wordt het alleen nog erger.

Luxe …

Een tip van golfmaatje Filip was eens dineren bij Syrco Basè, de getalenteerde chef van het voormalige Pure C in Cadzand. Die is namelijk in Ubud neergestreken en heeft er een indrukwekkend etablissement. Vooral de organisatie en vakkennis van het personeel vielen op.

het werd een mooie avond met een paar opmerkelijke cocktails – hieronder een stukje van de menu kaart.

geserveerd met fantastische hapjes zoals gegrilde aubergine met een speciaal sambal sausje, sate, een garnalen slaatje en zelfs vis croquetjes.

Netjes geserveerd in de bar. Met de – toch nog – aanwezige jetlag, leek de full-option 8 gangen menu geen slim idee. Het leuke trouwens aan een bar is dat je leuke gesprekken met de barmensen kan hebben, gaande van Indonesische grammatica tot een soort gininfuus met nootmuskaat – pala dus 🙂 …

De ene barman bleek trouwens afkomstig van het dorp waar we morgen naar toe verkassen en de andere waar we volgende week naar toe gaan.