We arriveerden rond 23u in Doha (4 uur tijdsverschil met Jakarta) en werden wakker in een stille stad. De vrijdag is hier namelijk de zondag. Ideaal om te relaxen en nog wat bij te slapen. Vier uur jetlag en de ouderdom eisen hun tol!
Doha ligt er wat stoffig en oververhit bij. Minstens 38°C, maar meestal 40-45°C en droog.
traag verkeer, tijd genoeg om wat te babbelen met de chauffeur. We hadden zijn auto eerst niet herkend, want die was wit en de dag voordien reden we met hem in een zwarte… Ja, hij heeft namelijk twee auto’s nodig omdat hij elke dag moet kunnen rijden… Afhankelijk van de nummerplaat mag je in Jakarta maar de helft van de week rijden. En dus is de oplossing: twee auto’s! Met een elektrische mag je natuurlijk elke dag rijden. En ja die rijden ook rond – herkenbaar aan een blauwe strook in de nummerplaat- maar ofwel dure Europese of goedkopere Chinese.
Nog gauw afscheid nemen van de chauffeur – wiens adres we zeker zullen bijhouden – en hop: naar wat luchtzakken boven de Indische Oceaan en Doha, hoofdstad van Qatar.
Niet ver van ons hotel is een straat met een lange rij winkeltjes met items die variëren van oude rommel tot echte antiek. En van een gevarieerde oorsprong: Westen, Chinees en natuurlijk veel Indonesisch. Het gaat van porselein, over stoffen en houtsnijwerk tot hanglampen.
De vorige keer bezochten we de oudste haven (Sunda Kelapa). Nu gingen we langs de oude stad, waar ooit de VOC de plak zwaaide en die de stad uitbouwde tot een fort en handelscentrum. Niet zonder miserie bij de lokale bewoners. Het vroegere kantoor van de gouverneur is nu een museum dat de geschiedenis toont van de eerste dagen in de Banda archipel (nootmuskaat = pala) en de Molukken (kruidnagel) tot het failliet van het VOC en het begin van de eigenlijke kolonisatie door Nederland.
Er is ook wat over de prehistorie van Indonesië. Dit hoort hier niet bij maar Homo Erectus (2 tot een 1/2 miljoen jaar geleden liep al rond op Flores!
Er staat nogal wat meubilair uit de 18de eeuw en eerder.
Met Garuda vlogen we van het natte Ambon naar het zwoele Jakarta. De luchthaven van Ambon kan niets groters aan dan de Boeing 737, maar is één van die kleine, gezellige luchthavens die je op veel eilanden hier treft. Er kwam ook een vlucht aan uit Banda Neira, wat ons meteen deed dromen van een volgende reis langs de Banda eilanden … Lain kali: een andere keer …
Zoals meestal: een rustige vlucht met soms een mooi zicht op een eilandje, wolkenformaties of een hoge berg.
Aankomend in Jakarta zie je de smog al hangen …
En de volgende morgen, is de smog er nog steeds (foto vanaf 15de verdieping van het hotel). Zie je meteen de oorsprong van de bijnaam van Jakarta: “durian besar”, of grote durian, het bekende ‘stinkfruit’. Lekker, maar het stinkt.
Het Natsepa hotel ligt aan het Natsepa strand, een populaire toeristische plek voor de locals, die in het weekend massaal naar daar gaan en rujak (fruit slaatje met een pikante suikerstroop) eten en kelapa muda (kokosmelk) drinken. Het hotel zélf is een beetje gedateerd, maar is toch wel het beste in Ambon. Met enorm vriendelijk personeel. Gezien onze leeftijd en omdat Laura ook mee was, werden we onmiddellijk aangesproken met “opa” en “oma”. “Oom” en “tante” i.p.v. het gebruikelijke Indonesische bapak en ibu, hoor je ook veel als aanspreking. De Nederlanders hebben deze kant van Indonesië dan ook het langst gekoloniseerd.
Alles wordt netjes onderhouden, ook de kokospalmen. Er mocht eens een noot op een toerist vallen! En het strand met het heldere blauwgroene water is ook mooi!
We hebben 4 maal de ferry genomen van Ambon naar Saparua en Seram, en vice versa. De schepen zijn geriefelijk (toch in de duurdere ticket klasse) en snel. 2u voor de afstand Tulehu (ferry haven Ambon) – Amahai op Seram.
Zoals overal in Indonesië zijn er behulpzame dragers. Toeristen met veel koffers zijn een goudmijn; zelfs een rugzakje of een handtas is een doelwit. Ze houden contact met elkaar en je kan er ook mee afspreken dat ze jou bedienen bij de terugkeer. Aanmeren is telkens een verrassend spektakel: een handvol lenige kerels springt van op de kaai de brug in en stormt de kajuit binnen op zoek naar een ‘prooi’. Wat je niet wil dat ze dragen hou je gewoon bij. En ze zijn veel meer bedreven in het aan wal brengen van koffers van 20kg, dan wij!
In Ambon City heb je ook een taxi-app. Eentje bestellen en hup, nog geen 5 minuten later, staat er eentje voor je klaar. Het lijkt S’pore wel :-). Seriously, zo gemakkelijk is het niet altijd in Europa.
We zijn terug op Ambon en gaan op shopping-spree voor wij naar JKT (Jakarta) vertrekken. De koffers gaan gevuld worden met Kayu Putih olie, kruidnagelolie, koekjes van sagomeel, en armbandjes in schildpad belegd met parelmoer.
Oh ja, ik was het bijna vergeten: na zeker 20 jaar heb ik eindelijk weer eens papeda, een typisch Moluks gerecht, gegeten! Het is een smaakloze doorzichtige brij van sagomeel (in het hotel wel steviger gekookt en in bananenblad gedraaid), dat op smaak wordt gebracht met een vissoepje. De gele kleur is te danken aan kunyit (kurkuma). Allemaal heel gezond en voedzaam.
6 jaar geleden waren wij in dezelfde regio en vonden wij het vanzelfsprekend dat er elektriciteit was. Maar, zo vertelde de eigenaar van ons hotelletje, elektriciteit in het dorp waar we nu verblijven is er pas sinds 2012. En de GSM-zendmast pas sinds 2018.
Maar ze kweken wel al jaren kruidnagel, nootmuskaat en tegenwoordig zelfs vanille. Hier verse nootmuskaat. Het rode vliesje is foelie.
Op dit ogenblik ruikt het dorp echter naar kruidnagel, die overal op straat ligt te drogen.
Hier triage van pas geoogste kruidnagel.
Ze staan economisch nog ver van het kleinere Amboina, maar ze hebben hier wel al begrepen dat je moet triëren en niet zomaar overal vuilnis moet achterlaten, en zeker geen plastic.
Voor de verdere ontwikkeling van de economie – en dus ook toerisme – heb je ook een goed wegenetwerk nodig. Toen wij de vorige keer in Seram waren, lag de weg naar Ora Beach er perfect bij. Zo veel jaar later, heeft de natuur er een stokje voor gestoken. Hele stukken weg zijn weggezakt door aardverschuivingen. En dat heb je niet onder controle ….
Een merkwaardig fenomeen: elke dag verlaten duizenden vleermuizen de bergen. Een spectaculair beeld:
De lokale bevolking weet niet waarheen ze trekken, maar het tijdstip is zo klokvast dat ze – toen er nog geen horloges en GSMs waren – hun avondmaal hierop regelden.
Anderen zeggen dan weer dat dit de voorouders zijn. Voorouderverering is hier nog springlevend. Hoe dan ook: het is een merkwaardig en spectaculair zicht.