Wij slapen aan de rand van de Medina. We hadden erg goede herinneringen aan de riad “Dar Eliane” waar we vroeger een paar keer verbleven. Maar die is er niet meer. Wij kozen daarom voor Riad Pachavana. Compleet met plonsbadje in de binnenkoer, met daarrond de slaapkamers in traditionele stijl. Het bed is voor ons te groot; we verliezen er mekaar!
Boven is er uiteraard een ruim terras met een “tente caïdale” voor het ontbijt. Van het terras is er het uitzicht met de iconische Koutoubia toren.
Een goed fotoarchief bijhouden heeft zijn nut. Zo wisten we dat het van 2009 geleden was dat we hier nog waren. In 16 jaar is er heel wat veranderd: nieuwe dingen en nieuwe gewoontes, maar gelukkig is er ook veel bij het oude gebleven. Marrakshi zijn de plezantste Marokkanen!
Iets wat nu opvalt is het gebruik van het Engels. Easyjet en Ryanair zitten daar zeker voor iets tussen. Marrakech is nu helemaal internationaal worden. Zie ook de heel moderne luchthaven.
Tussen dit alles zou men wel eens vergeten “de inwendige mens te versterken”. Mensen, die ons kennen, weten dat dit bij ons echter niet het geval is … 🙂
London heeft voor ons veel leuke plekjes: Ottolenghi in Islington en Spitalfields is zeer lekker, maar evengoed zitten wij graag aan de toog bij Moro’s op Exmouth Market.
Maar laten wij het even over kaas hebben. Wij kenden al La Fromagerie, maar Neil’s Yard Dairy is nog iets anders.
Jawel, deze “kaasboer” zit hier om de hoek, met honderden m² om kazen te affineren.
Vanuit Perzië veroverden de Moghuls een uitgestrekt imperium dat zich uitstrekte over het grootste deel van India, Pakistan en Afghanistan. Het waren goede legerleiders met een strakke en administratie. Akhbar zette de toon voor een machtig rijk dat goed omging met de religieuze diversiteit en ook spendeerde aan kunst. Het hoogtepunt van die kunst kwam met zijn kleinzoon Shah Jehan, ook bekend van het grafmonument voor zijn vrouw Mumtaz Mahal: de Taj Mahal.
Bijvoorbeeld deze wijnkan: stukken jade werden zo geslepen dat ze het metaal bedekken, aangevuld met robijnen en smaragden.
En wat denk je van deze “tafel BBQ” …
Maar de luxe beperkte zich niet tot wijnbekers, juwelen en andere gebruiksartikelen. Ook waren er prachtige tapijten – hier een immens katoenen tapijt met opdruk voor in de zomermaanden.
En miniatuur schilderijtjes om hun bezittingen te archiveren, inclusief een zebra …
De Moghuls waren trouwens bijzonder vooruitstrevend. Ze sloten hun grenzen niet voor andersgelovige buitenlanders en toonden interesse in andere culturen. Dit blijkt uit keramiek tegels met een Portugese uitstraling en de betrokkenheid van een Franse protestantse juwelier bij de vervaardiging van een gouden palfijn.
Nee, nee – grapje … Ik wil het niet over knikkers hebben, maar over The Elgin Marbles.
Begin 1800 ‘redde’ Lord Elgin de fries van het Atheense Parthenon. Die domme Grieken konden er niet voor zorgen…. Dus moesten ze naar Londen.
Meta View
En nu moeten de Grieken naar het British Museum om ze te zien. Zonde … Je ziet de aanwezige Grieken ongelukkig kijken en je hoort ze luid discussiëren
wij hebben juist de tentoonstelling van de zijderoute verlaten en bij een broodje in de Members’ Room met zicht op de inner court zijn wij nog aan het nagenieten van zoveel moois.
Eigenlijk gaat het niet over DE zijderoute, maar over een web van handelsroutes: van de Molukken tot Sutton Hoo – over land , langs rivieren en over zee. Inclusief de Vikingen.
Er zijn prachtige zijden schilderingen van Buddha – zeer fragiel, dus niet te fotograferen -, een Pakistaans bronzen beeldje in Zweden opgegraven, spectaculaire juwelen: goud, zilver, al dan niet met edelstenen (onder andere carneool, teruggevonden in Engeland) en een zeer eenvoudig armbandje van aan elkaar geregen kruidnagel (rechts onder op de foto)
Er zijn ook mantels met zijden applicaties en een schattige schoen ..
Zo veel …
Deze tentoonstelling overtuigt ons ook om in oktober – bij onze volgende reis naar Indonesia – Sumatra, en meer bepaald Padang. te bezoeken. Padang is namelijk een van de havens die vanuit de Molukken naar het Westen werd aangedaan. Maar daar later meer over.
Er waart een gemene olijvenziekte door Italië: een bacterie tast de bomen aan, die verdorren en uiteindelijk afsterven. Omzagen en afbranden blijkt de enige remedie te zijn; om daarna een andere, resistente, variëteit te planten.
Het moet pijnlijk zijn om eeuwenoude bomen om te hakken. Je ziet nog monumentale bomen waar stukken uit de stam verdwenen zijn.