Point-a-Pitre is een belangrijke haven met containerkaai en al. Een paar grote jongens





inpakken & wegwezen: kruidige reisnotities
Point-a-Pitre is een belangrijke haven met containerkaai en al. Een paar grote jongens




Tussen Martinique en Guadeloupe ligt nog een (ei)land. Het was een Britse kolonie, maar zoals veel van de Caraïbische eilanden wisselde het meermaals van eigenaar. Net als in Saint-Lucia (bezuiden Martinique) is Engels de voertaal maar zijn de voornamen meestal Frans. Ze spreken er uiteraard ook Kweyol (Creools): een taal met elementen uit Engels en Frans, maar dikwijls met de grammatica van Afrikaanse talen.

We geraakten aan de klap met een Dominicaan. Op mijn vraag waarvan Dominica vooral leefde was het antwoord “citizenship by investment”. Je ‘koopt’ een paspoort door te investeren in projecten op het eiland. Zelfs een diplomatiek paspoort behoort tot de mogelijkheden.


Er wonen maar 72000 mensen op het eiland en er is weinig landbouw omdat er maar weinig vlak land is. M.a.w. veel ongerepte natuur. Er wordt nu ingezet op eco-toerisme, wat waarschijnlijk de enige optie is.

Een selectie van wat we tegenkwamen








De dag voordien reden we met de (witte) huurauto naar het noorden van het eiland. Nu voeren we hetzelfde traject, maar ‘van de andere kant’.




De fastboat ( een catamaran) is niet goedkoop, maar is wel best spectaculair. Opgepast: omdat we ook stopten in Dominica, wat buiten de EU ligt, moesten we bij het inschepen ook onze reispassen tonen: gelukkig had J die meegenomen …




Zoals in België, om 5:00 am opgestaan om de 9:15 am Perle des Iles naar Guadeloupe te nemen. Geloof het of niet, maar om 6:30 am zaten wij al in de file, richting luchthaven, waar wij de huurauto moesten afzetten.
Over auto’s gesproken – Martinique is het eiland met de meeste witte huurauto’s ter wereld – op de parking van ons klein hotelletje, stonden er 6 witte auto’s en 1 vuurrode. Over het algemeen zijn het ook Polo’s.
Het voordeel – en nadeel – van Google Maps is dat je soms off the beaten track komt. Bart & Marina weten er alles van – toch? 🙂
Dit gezegd zijnde, raken wij weer van de Route Nationale af en zitten wij weer op een baantje dat recht de bergen in gaat en zorgt dat je wat achteruit moet rijden als je een (grotere) tegenligger tegenkomt.

Si nous avons bien compris, Oncle Jules est né à Sainte-Luce.
Donc après Saint Pierre, nous avons pris la route pour le Sud, en passant tout d’abord par le rocher du Diamant, apparemment incontournable pour ceux qui veulent ramener des belles photos de la Martinique. Au moins c’est impressionant!

Nous continuons la route et arrivons après 10 minutes max à Sainte-Luce.

Et puisque , l’histoire de notre famille est bien liée à la réligion (oh la la – dit H. : ‘moet dat nou??’), une photo de l’église …

Et puis (ceci dit avec un accent bien belge :-)) , on a fait des recherches anthropologiques en visitant la cimetière en face. Pas mal de Salomon, mais aucune trace de notre famille.

Saint-Pierre was tot 1902 de hoofdstad van Martinique … tot de Mont Pelée uitbarstte en met een hete gaswolk 30.000 mensen ineens doodde. Naar verluid waren er slechts 3 overlevenden waarvan 1 gevangene! Fort de France werd de nieuwe hoofdstad, op veilige afstand van de vulkaan.


We lunchten boven de overdekte markt. Speciaal dak.




We wilden het noorden van het eiland eens bezoeken en dus namen we via google maps de ’toeristische route’ met veel haarspeldbochten, stukken oerwoud en mooie vergezichten. Bijna zo leuk rijden als in El Hierro … (Bart & Marina – commentaar alsjblieft!!) tot we een bus tegenkwamen, die zijn bocht niet juist genomen had en vast kwam te zitten omdat zijn linker achterwiel in de lucht hing. De bus zat vol met oudere dametjes die terug moesten instappen een aan één kant gaan zitten om toch tractie te hebben.. Het lukte niet. Uiteindelijk zijn we moeten omkeren en hebben wij de ‘hoofdweg’ genomen.

