Tussen Martinique en Guadeloupe ligt nog een (ei)land. Het was een Britse kolonie, maar zoals veel van de Caraïbische eilanden wisselde het meermaals van eigenaar. Net als in Saint-Lucia (bezuiden Martinique) is Engels de voertaal maar zijn de voornamen meestal Frans. Ze spreken er uiteraard ook Kweyol (Creools): een taal met elementen uit Engels en Frans, maar dikwijls met de grammatica van Afrikaanse talen.

We geraakten aan de klap met een Dominicaan. Op mijn vraag waarvan Dominica vooral leefde was het antwoord “citizenship by investment”. Je ‘koopt’ een paspoort door te investeren in projecten op het eiland. Zelfs een diplomatiek paspoort behoort tot de mogelijkheden.


Er wonen maar 72000 mensen op het eiland en er is weinig landbouw omdat er maar weinig vlak land is. M.a.w. veel ongerepte natuur. Er wordt nu ingezet op eco-toerisme, wat waarschijnlijk de enige optie is.

