Niet ver van ons hotel is een straat met een lange rij winkeltjes met items die variƫren van oude rommel tot echte antiek. En van een gevarieerde oorsprong: Westen, Chinees en natuurlijk veel Indonesisch. Het gaat van porselein, over stoffen en houtsnijwerk tot hanglampen.
De vorige keer bezochten we de oudste haven (Sunda Kelapa). Nu gingen we langs de oude stad, waar ooit de VOC de plak zwaaide en die de stad uitbouwde tot een fort en handelscentrum. Niet zonder miserie bij de lokale bewoners. Het vroegere kantoor van de gouverneur is nu een museum dat de geschiedenis toont van de eerste dagen in de Banda archipel (nootmuskaat = pala) en de Molukken (kruidnagel) tot het failliet van het VOC en het begin van de eigenlijke kolonisatie door Nederland.
Er is ook wat over de prehistorie van Indonesiƫ. Dit hoort hier niet bij maar Homo Erectus (2 tot een 1/2 miljoen jaar geleden liep al rond op Flores!
Er staat nogal wat meubilair uit de 18de eeuw en eerder.
Zoals meestal: een rustige vlucht met soms een mooi zicht op een eilandje, wolkenformaties of een hoge berg.
Aankomend in Jakarta zie je de smog al hangen …
En de volgende morgen, is de smog er nog steeds (foto vanaf 15de verdieping van het hotel). Zie je meteen de oorsprong van de bijnaam van Jakarta: “durian besar”, of grote durian, het bekende ‘stinkfruit’. Lekker, maar het stinkt.
Alles wordt netjes onderhouden, ook de kokospalmen. Er mocht eens een noot op een toerist vallen! En het strand met het heldere blauwgroene water is ook mooi!
We hebben 4 maal de ferry genomen van Ambon naar Saparua en Seram, en vice versa. De schepen zijn geriefelijk (toch in de duurdere ticket klasse) en snel. 2u voor de afstand Tulehu (ferry haven Ambon) – Amahai op Seram.
Zoals overal in IndonesiĆ« zijn er behulpzame dragers. Toeristen met veel koffers zijn een goudmijn; zelfs een rugzakje of een handtas is een doelwit. Ze houden contact met elkaar en je kan er ook mee afspreken dat ze jou bedienen bij de terugkeer. Aanmeren is telkens een verrassend spektakel: een handvol lenige kerels springt van op de kaai de brug in en stormt de kajuit binnen op zoek naar een ‘prooi’. Wat je niet wil dat ze dragen hou je gewoon bij. En ze zijn veel meer bedreven in het aan wal brengen van koffers van 20kg, dan wij!
In Ambon City heb je ook een taxi-app. Eentje bestellen en hup, nog geen 5 minuten later, staat er eentje voor je klaar. Het lijkt S’pore wel :-). Seriously, zo gemakkelijk is het niet altijd in Europa.
We zijn terug op Ambon en gaan op shopping-spree voor wij naar JKT (Jakarta) vertrekken. De koffers gaan gevuld worden met Kayu Putih olie, kruidnagelolie, koekjes van sagomeel, en armbandjes in schildpad belegd met parelmoer.
Oh ja, ik was het bijna vergeten: na zeker 20 jaar heb ik eindelijk weer eens papeda, een typisch Moluks gerecht, gegeten! Het is een smaakloze doorzichtige brij van sagomeel (in het hotel wel steviger gekookt en in bananenblad gedraaid), dat op smaak wordt gebracht met een vissoepje. De gele kleur is te danken aan kunyit (kurkuma). Allemaal heel gezond en voedzaam.
6 jaar geleden waren wij in dezelfde regio en vonden wij het vanzelfsprekend dat er elektriciteit was. Maar, zo vertelde de eigenaar van ons hotelletje, elektriciteit in het dorp waar we nu verblijven is er pas sinds 2012. En de GSM-zendmast pas sinds 2018.
Maar ze kweken wel al jaren kruidnagel, nootmuskaat en tegenwoordig zelfs vanille. Hier verse nootmuskaat. Het rode vliesje is foelie.
Op dit ogenblik ruikt het dorp echter naar kruidnagel, die overal op straat ligt te drogen.
Hier triage van pas geoogste kruidnagel.
Ze staan economisch nog ver van het kleinere Amboina, maar ze hebben hier wel al begrepen dat je moet triƫren en niet zomaar overal vuilnis moet achterlaten, en zeker geen plastic.
Voor de verdere ontwikkeling van de economie – en dus ook toerisme – heb je ook een goed wegenetwerk nodig. Toen wij de vorige keer in Seram waren, lag de weg naar Ora Beach er perfect bij. Zo veel jaar later, heeft de natuur er een stokje voor gestoken. Hele stukken weg zijn weggezakt door aardverschuivingen. En dat heb je niet onder controle ….
Een merkwaardig fenomeen: elke dag verlaten duizenden vleermuizen de bergen. Een spectaculair beeld:
De lokale bevolking weet niet waarheen ze trekken, maar het tijdstip is zo klokvast dat ze – toen er nog geen horloges en GSMs waren – hun avondmaal hierop regelden.
Anderen zeggen dan weer dat dit de voorouders zijn. Voorouderverering is hier nog springlevend. Hoe dan ook: het is een merkwaardig en spectaculair zicht.
We hebben al zicht op het maritieme leven van op de slaapkamer. Een hele school sardientjes. Een beetje verder in de Seram zee, zie je snel een grote variƫteit aan koraal, sponzen en vooral vissen.
Met de prauw van Ora Sunrise trokken we er op uit, kundig bijgestaan door de skipper en de eigenaar van ons verblijf. Eerst voeren we naar een soort kunstmatige atol, opgetrokken uit koraal, waarin je kon duiken. Een beetje een vreemde situatie, maar daar maakten we kennis met Napoleon, een flinke kanjer. Maar liever open water. En waarschijnlijk dacht Napoleon er ook zo over …
Even een tussenstop bij de “visboer” voor een flinke langoest, voor het avondmaal.
En dan het echte werk: een leuke plek, die we 6 jaar eerder ook al bezochten, niet diep, vlak bij een vleermuizengrot en een verticale rotswand, maar met een grote variatie aan marine leven, dat helemaal niet schuw was.