De alliantie tussen de koninkrijken Gowa & Tallo zorgde dat Makassar in de 16de en 17de eeuw uitgroeide tot een belangrijke vrije handelsstad, waar iedereen (Portugezen, Maleiers, moslims, Chinezen, …) welkom waren.
Dit was precies waarom de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) er een handelspost wenste en het rijk uiteindelijk uitschakelde. Hoe groot deze macht wel was is nog steeds duidelijk als je Fort Rotterdam bezoekt.
Het is nog steeds één van de best bewaarde Nederlandse forten in de Pacific.
Voor wij het vergeten: nog wat foto’s met juwelen. In deze etalage liggen grote zware ringen, waaronder eentje met het Mercedes logo.
Mocht dit te duur zijn, dan kan je nog altijd naar een boetiek met pre-loved juwelen. Maar naargelang de culturele achtergrond denken dames misschien dat die juwelen vervloekt kunnen zijn…
Wil je zo’n juweel niet of kan je het je niet permitteren, dan heb je nog de plakglittertjes aan de andere kant van de straat …
Er zijn zoveel restaurants, eethuisjes en coffee shops, je krijgt op een paar dagen alle soorten keukens niet geproefd. Daarom zijn wij heel origineel (!!!) maar gaan lunchen in het Raffles Hotel.
Je kan kiezen tussen verschillende gelegenheden; deze keer ploften (we hadden dorst) neer op een leuk terrasje met wel een zeer bizarre kaart: een Zwitsers kaasbordje, rösti, saucisson vaudois en een “swiss spritz”.
Bleek later dat dit de AP Room was: i.e. Audemars Piguet Room …
We gingen dat eens proberen en daarom huurden we een Mini Aceman. Die zit wat hoger dan J’s Mini Cooper en heeft een grotere range. Bovendien is het een nieuw model dat vanaf het witte blad papier elektrisch was. Ook de software en het interieur is een stuk nieuwer.
Voor mij was er 1 nadeel: het is een 4-deurs model en dus is het “deurgat” wat te klein.
Maar terug naar het eigenlijk onderwerp: laden. Dat viel reuze mee: we laden een paar keer in het hotel – zelfs één keer gratis. En ook onderweg hebben we geladen. In tegenstelling tot België hebben niet alle benzinestations snelladers. Er zijn zijn goede apps en websites zoals ABRP, Chargemap of apps van laadpassen die daarbij kunnen helpen de gewenste lader te lokaliseren. Maar ook de GPS software van de auto kan je helpen.
Kies best voor een laadpaal waar je met je app of je pas kan laden. We kwamen er één tegen die enkel zou werken door een QR code te scannen en een account aan te maken. Blijf daar van weg! Ik liet mij vangen en vulde braafjes alles in en onmiddellijk was ik een eerste bedrag van mijn kredietkaart kwijt. Blijkbaar was ik een abonnement op een sportwebsite rijker … Gelukkig blokkeerde VISA mijn kaart onmiddellijk ….
We hadden nog een beetje tijd over en konden nog het “Zeebrugge” van het Oude Rome bezoeken. Aan de monding van de Tiber was er een heel complex van 70 hectaren groot met overslag faciliteiten, magazijnen, maar ook winkels en grote thermen en een amfitheater toe.
Toch erg verrast van de tweede naam op deze plaat ….
Een deel van het badhuis
Er waren ook veel mozaïeken, weliswaar monochroom. Die waren soms ter versiering (bvb die in het badhuis)
Maar er was ook een soort plein van de gilden of corporaties die een mozaïek voor hun deur liggen hadden. Die met de olifant bvb werkten met Afrika.
We rijden verder en “steken de grens over” naar Toscane. Het is duidelijk te zien … 🙂 Talloze cypressen op evenveel heuvelkammen, olijfgaarden en wijnlanderijen.
Rond 6:00 p.m. komen wij aan in ons verblijf voor de nacht. Wat een uitzicht!
Wij rijden verder richting volgend verblijf, maar slaan Perugia over. Die stad houden we voor een andere keer (wij zijn al plannen voor volgend jaar aan het maken …).
Plots zien wij op de Via Flaminia (een Romeinse weg die van Rome over de Appennijnen tot Rimini liep en nu een autostrade is geworden – hoe cool is dat?) een groot meer: de Lago Trasimeno oftewel het Trasimeens Meer. Wij nemen de eerst volgende afrit om het van dichtbij te bekijken.
We klimmen de berg op (’t is te zeggen: de auto) en komen op een strada bianca terecht – een onverharde weg met witte kiezel – zeg maar een zandwegel.
Een beetje verder Montefalco, bekend voor zijn wijn, olijfolie, typische gerechten en blijkbaar muzikale folklore. Wij zijn echter het langst blijven plakken in een winkel van artisanaal tafellinnen …. Nee, we hebben (nog) niets gekocht. Men heeft ons wel een voorstel van tellen pagina’s gedaan via WhatsApp.
Opmerkelijke toren bij het binnenkomen en de combinatie van klokken en luidspreker.