Iedere ochtend zien we bij laag water vissers bezig met een net en een snorkel. Blijkbaar vissen ze in dit seizoen op barona (een kleurrijk visje dat je bij ons in aquaria vindt) en een soort klein tonijntje.




inpakken & wegwezen: kruidige reisnotities
Iedere ochtend zien we bij laag water vissers bezig met een net en een snorkel. Blijkbaar vissen ze in dit seizoen op barona (een kleurrijk visje dat je bij ons in aquaria vindt) en een soort klein tonijntje.



De tuin wordt minutieus onderhouden … dus ook de “klapperboom” (verbastering van het Indonesische “kelapa” – kokos). De boomchirurg klimt gewoon de stam op en hakt met zijn “parang” de overtollige bladeren af. Geen hoogtewerker noch veiligheidsmateriaal …


Het is ook een goed plekje voor foto’s van zonsondergangen – het blijft fascineren





De hoofdattractie is en blijft natuurlijk het zicht op de Lombok Straat met het maritieme verkeer, de Agung vulkaan van Bali, het veranderende licht en de occasionele visser/surfer/zwemmer.


Ik was vergeten hoe ver de zee zich ’s ochtends terugtrekt, waardoor stukken koraalrif bloot komen te liggen. Je durft er (uiteraard met schoenen) niet zo overheen te lopen, want hier en daar zie je nog een rode anemoon en nog meer moois.

12.5 jaar geleden waren we hier al eens. Het is er nog even mooi als toen, goed onderhouden en goed georganiseerd. Het enige zichtbare verschil zijn hier en daar de vernieuwde strooien daken.



De Lombokse bevolking is zeer gelovig; per dorp zijn er – dixit onze chauffeur – wel 3 moskeeën.
Ze doen dus zo niet mee aan de kerst-gekte.
Maar zo’n “gestyleerde” kerstboom in het restaurant kan er wel van af.

Vandaag verkassen we twee eilanden verder: van Java naar Lombok. Vlucht van Garuda vanaf de immense Terminal 3, de nieuwe luchthaven.

Zoals meestal: een rustige vlucht, maar deze keer met een heel contingent van gepensioneerde Mekka reizigers op weg naar huis. Zeg maar de Indonesische variant van een OKRA bus naar Lourdes.
Weer een spiksplinternieuwe luchthaven in Lombok. Door het erg grote ontvangstcomité van de Mekka reizigers vonden we niet meteen onze chauffeur terug. Na een ritje met een stortbui kwamen we aan in het hotelletje waar we 12 jaar eerder al eens waren.


In de plaats van de “beroemde driemasters” uit de VOC tijd vind je hier prauwen, de lichte zeilboten, waarmee hier eeuwen handel gedreven werd en waarmee de Indonesiërs zelfs Madagaskar koloniseerden rond de 8ste eeuw.
Zonder moderne hulpmiddelen maakten ze zeewaardige boten.



De zitbanken in de vorm van een sloep zijn ook erg leuk.

In de oude pakhuizen van de Hollandse VOC hebben ze een leuk museum gemaakt, met een lokale insteek i.p.v. de klassieke koloniale kijk. De haven van “Batavia” (de koloniale naam van Jakarta die verwees naar de stam van de Batavieren – de Nederlandse versie van de Eburonen).
Er is een uitkijktoren, waardoor de toenmalige nulmeridiaan loopt. Nu gebruikt iedereen die van Greenwich, maar toen had iedereen zijn eigen nulmeridiaan om te navigeren.

Vanuit de toren heb je zicht op de oude haven.

Vlakbij is er ook een vreemd instrument waarmee ze -letterlijk- het vuil uit de rivier vegen. Hydraulische veegborstels voeren de rommel omhoog langs een schuine wand. Heel curieus.

Aan het zwembad vochten twee duiven het uit.


