Vanmorgen lag plots een grote kever in het zwembad te …. zwemmen. Het beestje zwom ettelijke meters om uiteindelijk aan wal te geraken. We zijn er nog niet uit of het crawl of schoolslag was!





inpakken & wegwezen: kruidige reisnotities
Vanmorgen lag plots een grote kever in het zwembad te …. zwemmen. Het beestje zwom ettelijke meters om uiteindelijk aan wal te geraken. We zijn er nog niet uit of het crawl of schoolslag was!




De koffie heeft ons, zoals ze zeggen, ‘versterkt’; Wim beweert geen pijn meer aan zijn benen te hebben … Hup, dan maar naar de volgende stop: Sanur.
Sanur was de eerste plaats in Bali waar een groot hotel gebouwd werd. Het vroegere vissersdorp ligt aan een rustige baai met een breed wit strand, beschermd door een (koraal?) rif,



Ook de Belgische schilder Le Mayeur – op handen gedragen door de Balinese bevolking omdat hij met een Balinese prinses trouwde – bouwde hier zijn huisje. Het is ondertussen omgebouwd tot een museum (Adrien-Jean Le Mayeur – Wikipedia)

Het is nog steeds een eerder rustige badplaats; wij zijn daarom stomverbaasd als we zien hoe ze op het einde van de dijk een imposante ferry terminal aan het bouwen zijn.

Toch niet getreurd – verder op vinden wij nog een aardig hotel om te lunchen. Complimenten aan de (binnenhuis)architecten.



Bali produceert best wat koffie. De traditionele Balinese koffie wordt op wat wij Turkse wijze noemen, geschonken (niet te grote kopjes met koffiedrap – dus niet roeren!). Er is daar flink wat variatie op gekomen, gaande van koffie gemengd met cacao (ook een lokaal product), vanille, gember, ginseng en nog veel meer.. Het ene meer onze smaak dan het andere.
Ook populair in de toeristenhandel is de verkoop van Kopi Luwak (“civetkat koffie”), ook bekend als “keutelkoffie”. Arme mensen trokken het bos in op zoek naar de uitwerpselen van de civetkat, die erg verzot is op koffiebesjes. De boontjes komen er gefermenteerd langs de andere kant uit in een pakketje. Uitspoelen, boontjes branden en malen en presto: gratis lekkere koffie. Zo lekker dat het snel een exclusief product werd met een jaarlijkse oogst van 300 kg. Ondertussen kweken slimmeriken civetkatten in grote kooien, die ze vooral met besjes voederen …
Anyway, in de koele bergen zijn er veel koffieplantages (veel robusta – minder arabica) met de nodige civetkatten. Je kan dus “luwak koffie” op diverse plekken proeven en natuurlijk ook kopen. Wij hielden halt, proefden en kochten een halve kilo.


We huren hier altijd een busje met chauffeur. Het is simpel en goedkoop; de chauffeurs kennen beter de weg en de wegen zijn eerder smal, soms erg bochtig en dikwijls druk. Je hebt vrachtwagens, (toeristen)bussen, 4x4s, auto’s en zeer veel bromfietsen en lichte motorfietsen. Die laatste categorie wriemelt overal doorheen, dus uitkijken is de boodschap en vooral luisteren. Want de communicatie loopt vooral via de claxon.
Het oogt – naar Europese normen – wat chaotisch, maar het lijkt te werken want in al die jaren dat we hier komen hebben we nooit een ongeval gezien.

Alles wordt vervoerd van een ladder tot en met doerian-fruit op de vloerplank van een scooter. Daarnet passeerden we nog een lading geslachte varkens:


Het ontbijt is zoals in Europa – fruitslaatje, brood/toast en een ‘mata sapi’ (i.e. koeienoog). Maar een dragon fruit smoothie vind je zelden – wat vinden jullie van de paars rode kleur?
Het is vroeg opstaan want we gaan Wim naar Kuta brengen.
Beestjes, overal beestjes? Niet echt. We zitten aan het strand dus is dat wat beperkt tot de tuin en wat miertjes. Het moment om de macro lens even boven te halen.

Het bijtje leek wat lui te zijn, maar de mierenkolonie marcheerde lustig op en neer. Van dichtbij ziet de mier er wel best vervaarlijk uit!

We kijken uit op de zee en dus is kijken naar de passage een terugkerende activiteit.




Handara ligt in Bedugul, hoog op de berg. Dus moeten we terug langs een slingerweg naar een kam met aan de ene kant het meer en aan de andere kant de vallei.

Opmerkelijk: een Eiffel torentje in bamboe.

Daarna wordt het echte een kronkelweg naar de zee. Erg steil en soms is wat gemanoeuvreer nodig om elkaar te passeren. Om dan te verzinken in het drukke verkeer langs de kust.
Handara, één van de 4 golfterreinen op Bali, is zeer mooi en ligt koel, hoog in de bergen. Een simpele WhatsApp en alles is geregeld: clubs, een karretje + een verplichte caddy. Wat een baan. Als ik er nog eens kom neem ik de reflex camera mee, want deze foto’s doen echt geen recht …




ik vroeg mij af wanneer de eerste dames en jongens ons hun waar zouden komen aanbieden. Oleh-oleh, noemen ze dat hier: cadeautjes voor de familie en dat gaat van dozen koekjes over T-shirts en namaakbatik tot armbandjes. Dus vandaag waren het armbandjes en kettingen.
Zucht … ik ben al niet goed in het afbieden (tawar in het Indonesisch), maar met de pandemie hebben ze echt niet veel (zeg maar niets) verdiend en ik heb het hart niet om de prijs echt naar beneden te drukken.
Langs de weg zie je trouwens veel gesloten winkels en ook her en der borden voor overname van handelspanden. En in Kuta mag het leven weer op gang komen, hier in het noorden zie je nog niet veel toeristen.