Lovina, laatste etape van de 2025 reis

Na een paar weken “island-hopping” tijd om even op een vaste stek te logeren. Onze voorkeur gaat uit naar één van de vele villa’s, die je ka huren in het Noorden van Bali, tussen de rijstvelden en de zee.

Deze lijkt één van de oudste – mogelijk in de jaren ’90 gebouwd met een leasehold van 25/30 jaar. Je mag hier in Indonesia namelijk geen huiseigenaar zijn als je niet de Indonesische nationaliteit hebt.

Kopi Luwak

Dit diertje zorgt voor één van de duurste koffies ter wereld: kopi luwak. Mochten jullie het niet weten, deze civetkat eet het vruchtvlees van de koffiebes, waarna de intacte pit door het maag-darmkanaal passeert. De pitten worden hierna teruggevonden in de ontlasting, en daarna gewassen, gedroogd en ontdaan van hun schil.

Te bedenken dat dit ooit de enige soort koffie was die arme mensen zich konden permitteren.

Wij vonden het dan ook denigrerend dat een zaak (het moet gezegd worden, met een prachtig terras en een zeer goed gedocumenteerde tuin) “Poo Hunter” heet. Maar uiteraard slaat zo’n naam commercieel wel aan.

Pura Gunung Kawi Sebatu

Op de weg naar Ubud, keken wij in de brochures van de chauffeur, die ons afhaalde. (Tussen haakjes, het klinkt chique, maar voor dezelfde prijs – en zonder te moeten zoeken – laat het hotel je ophalen; het is gewoon veel comfortabeler).

Zo zagen wij foto’s van de Pura Gunung Kawi Sebatu, dat door de Indonesische toeristische gids (www.indonesia.travel) wordt omschreven als de Indonesische Valley of the Kings.

Zoals ooit Obama voor ons, betreden wij het voorhof van deze tempel ….

… en dalen dan 350+ treden naar beneden – de vallei in.

Om tenslotte de in de rotsen gehouwen altaren te zien

Met daarnaast een waterval. Magisch en rustgevend.

Ubud Writers & Readers Festival #2

Het was altijd al een wens om naar dit jaarlijkse festival af te zakken.
Zoveel boeken, zoveel schrijvers, zoveel onderwerpen – zalig.

Buiten de (onafhankelijkheids)geschiedenis van Indonesia, was er tijd voor besprekingen over AI, kunst, vrouwenrechten en Palestina.

Zo maakten de Turkse Ayşegül Savaş en de Maleisische Faisa Tehrani enorm veel indruk.

Ubud Writers & Readers Festival

Dit festival gaat zijn achtste jaar in en is echt wel indrukwekkend: https://ubudwritersfestival.com/

Het is ondertussen 80 jaar geleden dat Indonesië onafhankelijk werd en dus waren kolonisatie en politiek één van de hoofdthema’s.

“Onze” David Van Reybrouck was dan ook present met zijn juist in het Indonesisch vertaalde “Revolusi”. Hij duidde onder andere op het belang van de conferentie van Bandung (Java) in 1955, die een enorme invloed gehad heeft in wat sindsdien de Derde Wereld heet. Het was ook het startschot voor een golf van dekolonisatie in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.

David VR’s interview met Bonnie Triyana, een bekende historicus én parlementslid in de oppositie, was zeer interessant en werd zeer gesmaakt door een volle tent. Ook veel artikels en interviews in de kranten, zoals bij voorbeeld in de Jakarta Post https://www.thejakartapost.com/opinion/2025/11/03/revolusi-versus-indonesias-attempt-to-rewrite-history.html

Naar Bali

Maar een uurtje vliegen en naar de Centraal-Indonesische tijdszone landen we in de -weer uitgebreide- luchthaven van Denpasar. Weer een ander eiland, maar voor ons ook een blij weerzien. Het toerisme is hier erg druk, maar als je een beetje van de platgetreden paden afwijkt is het best leefbaar. We logeren in een centraal gelegen hotel in Ubud, waar we ingeschreven zijn voor een 4-daags literatuur festival met veel top auteurs, sessies, workshops, etc. We kiezen voor de vrijdag sessies om nog een beetje de toerist te kunnen uithangen.

Een laatste blik op Bali

Ik blijf verwonderd en bewonderend kijken naar die Balinezen, die het voor elkaar krijgen hun cultuur te bewaren en te integreren in deze moderne wereld.

De agenda voor de rest van de dag: een Garuda vlucht naar de “moederstad” (ibu kota in het Indonesisch = hoofdstad), met de engel Gabriel (tenminste zo heet de piloot …) en daarna een uurtje of 4 rijden naar Bandung.

Donderdagavond: laatste strandwandeling

Het is laag water en we besluiten om nog een laatste wandeling te maken – want morgen is het een lange reisdag.

We bekijken andere “huisjes” en vergelijken zwembaden & tuinen …
Eentje vonden we allemaal wel heel indrukwekkend.

We zagen ons al met een drankje en een boekje de spelende kinderen op het strand bekijken.

Het meisje in het roze vraagt onze naam en vertelt dat ze Anggi heet, net zoals een nichtje van ons in Holland !!

Op en onder water

Zes maand geleden waren we nog op het Herteneiland (Pulau Menjangan), en nu dus terug, maar met een andere duikclub (Arrow Dive van Lovina) en die pakken het professioneler aan. We zaten ook op een andere plek dan de vorige keer. Niet mooier of beter, maar gewoon een andere kant van het eiland.

Het eiland maakt deel uit van het Nationaal Park van West-Bali, een beschermd gebied dus. Als je goed kijkt, zie je zo nu en dan in de de mangroves een schichtig hertje

Het lijkt of ze hier de natuur in evenwicht hebben kunnen houden.
Niet zo evident als je hoort dat men tijdens de pandemie door een laksere controle aan de Javaanse kant hele stukken koraal gedynamiteerd hebben om gemakkelijker te kunnen vissen. Lakser is wellicht het verkeerde woord: het kost materiaal én mensen (dus tijd) om al die eilanden te beschermen.

Als kind spaarden we Artis punten, met die punten kon je foto’s plakken in een album. Ik had er o.m. eentje van tropische vissen. Dat hele album zwemt hier rond … De kleurrijkste bewoners van koraalriffen zitten hier allemaal, plus zeeschildpadden en blauwe zeesterren.