wij hebben juist de tentoonstelling van de zijderoute verlaten en bij een broodje in de Members’ Room met zicht op de inner court zijn wij nog aan het nagenieten van zoveel moois.
Eigenlijk gaat het niet over DE zijderoute, maar over een web van handelsroutes: van de Molukken tot Sutton Hoo – over land , langs rivieren en over zee. Inclusief de Vikingen.
Er zijn prachtige zijden schilderingen van Buddha – zeer fragiel, dus niet te fotograferen -, een Pakistaans bronzen beeldje in Zweden opgegraven, spectaculaire juwelen: goud, zilver, al dan niet met edelstenen (onder andere carneool, teruggevonden in Engeland) en een zeer eenvoudig armbandje van aan elkaar geregen kruidnagel (rechts onder op de foto)
Er zijn ook mantels met zijden applicaties en een schattige schoen ..
Zo veel …
Deze tentoonstelling overtuigt ons ook om in oktober – bij onze volgende reis naar Indonesia – Sumatra, en meer bepaald Padang. te bezoeken. Padang is namelijk een van de havens die vanuit de Molukken naar het Westen werd aangedaan. Maar daar later meer over.
De vorige keer bezochten we de oudste haven (Sunda Kelapa). Nu gingen we langs de oude stad, waar ooit de VOC de plak zwaaide en die de stad uitbouwde tot een fort en handelscentrum. Niet zonder miserie bij de lokale bewoners. Het vroegere kantoor van de gouverneur is nu een museum dat de geschiedenis toont van de eerste dagen in de Banda archipel (nootmuskaat = pala) en de Molukken (kruidnagel) tot het failliet van het VOC en het begin van de eigenlijke kolonisatie door Nederland.
Er is ook wat over de prehistorie van Indonesië. Dit hoort hier niet bij maar Homo Erectus (2 tot een 1/2 miljoen jaar geleden liep al rond op Flores!
Er staat nogal wat meubilair uit de 18de eeuw en eerder.
In het westen van Java heb je een landstreek die Sunda heet en dat onder meer bekend staat voor een zeer speciaal muziekinstrument: de Angklung. Sinds 2011 behoort dit – samen met onder meer wayang poppen en sites zoals de Borobudur – tot het Unesco Erfgoed.
Een angklung bestaat uit twee tot drie gestemde bamboekokers die zich in een frame bevinden. Bij het zijdelings heen en weer bewegen ontstaat een warm soort geluid. Elk instrument is met de hand gestemd en brengt één toon (do, re ….) voort.
Hier een werkplaats met daaraan verbonden een muziekschool, die geregeld voorstellingen geeft. Zo zagen wij gisteren een heel kinderorkest, aangevuld met dans en een korte wayang voorstelling met – uiteraard – de Ramayana als onderwerp.
Halverwege de show gaat het gordijntje voor de tafel weg en zien we hoe de poppenspeler – letterlijk – met handen én voeten werkt. Met zijn linkervoet bvb maakt hij de geluiden van donder, bliksem en klappen na. Lijkt niet simpel!.
Bandung: universiteitsstad, bloemenstad, stad van massa’s kleding outlets (we zagen al Nike en Adidas outlets) en honderden restaurants heeft iets wat geen enkele andere stad ter wereld heeft: de Gedung Saté.
Het gebouw werd in 1920 gebouwd en was deel van een groot project dat nooit werd afgewerkt. In de volksmond werd het al vlug Gedung Sate (Saté Gebouw) genoemd omwille van de pinakel boven de hoofdingang, die op een saté-stokje lijkt.
Samen met de kecak dans was er ook dit spektakelstuk. Eerst werd er een vuurtje gestookt met een berg kokos schelpen. Dan komt de danser het hoopje vuur uit mekaar schoppen en gaat er dan zelfs even bij zitten, terwijl de gensters in het rond vliegen. De assistenten harken het hoopje gloeiende kool weer bij mekaar waarbij de danser het terug uit mekaar schopt.
Binnen de verschillende dansvoorstellingen, die Bali te bieden heeft, is de kecak dans wel één van de meest indrukwekkend. Het is een ritueel, dat in de jaren ’30 door de Duite schilder , Walter Spies, aangepast werd. Hij voegde er dans aan toe, gebaseerd op de Ramayana. Wij konden een verkorte versie in het centrum van Ubud bijwonen.
De ingang is de grootste handtekening ter wereld: hij krabbelde zijn handtekening, plooide het papier, met de nog natte inkt, dubbel en dat was het ontwerp.
Antonio Blanco’s huis is bombastisch – Dali’s museum in Figueres is er niets bij. Spijtig genoeg mochten wij er binnen niets van fotograferen. Dit fotootje is “in het geniep” gemaakt. Van de gids mochten wij wel in de studio een mede-bezoeker fotograferen die per se Antonio Blanco in schilderspose na wilde bootsen.