De vreselijke geschiedenis …

7 jaar geleden lazen we Giles Miltons boek “Nathaniels nutmeg” dat een licht gekleurde versie gaf van wat zich hier in de Banda eilanden afspeelde meer dan 300 jaar geleden. De (super)korte versie is dat nadat de Portugezen de herkomst van de nootmuskaat ontdekt hadden, barstte er – zoals eerder verteld – een hevige strijd los tussen de Engelsen en de Nederlanders.

Wanneer, na de zoveelste onderhandeling, de Bandanezen er genoeg van kregen, lokten die de leider Verhoeff en zijn 2 commandanten in de val. Ook aan boord waren Jan Pietersz Coen en Piet Hein … En uit wraak werd heel het dorp Lewetaka uitgemoord. Toeval of niet: elke kamer in dit hotel heeft een historische naam … de onze is Lewetaka!

Hier ging het dus om: geld! Veel geld! Naar verluid brachten de eerste schepen zoveel op dat een zeeman genoeg had aan een zakje nootmuskaat, om bij aankomst in Amsterdam, daarmee een huis te kopen.

Piet leidde nog een aantal strafexpedities op Run en Banda Besar (Lontor). Na het quasi volledig uitmoorden van de bevolking had het VOC haar monopolie vast en moest ze enkel nog de Engelsen wegjagen. Tekenend is ook de naam van het fort op het eiland Ay: het heet Revenge (Wraak). De gevangenis daar ligt net naast de regenwater tank; dus lekker vochtig.

Toen uiteindelijk bleek dat ze teveel mensen uitgemoord hadden ging de VOC op zoek naar import arbeiders om de nootmuskaat boompjes te verzorgen… Nederlanders kregen een “perk” – zeg maar plantage. Die mensen werden perkeniers genoemd … een beetje zoals renteniers. Nu nog zijn er Nederlandse families die slapend rijk zijn door wat hun voorvaderen hier deden.

Flaneren …

Tussen het snorkelen door, lunchen wij op Run.
Niet veel te zien, buiten spelende kindertjes. Ongelofelijk toch, als je denkt dat hier zoveel handel werd gedreven.

Run, Ay & Nailaka

Dit waren onze bestemmingen voor de dag.
Wij verlaten Banda Neira met het fort Belgica aan stuurboord, voor een dagje geschiedenis, snorkelen en een klein beetje luieren.

We gaan de eilandjes zien waar het meest om te doen was tijdens de oorlogen tussen de Nederlanders en de Engelsen, maar waar vooral de Bandanezen het slachtoffer werden. Maar zonder die kennis ziet het er allemaal paradijselijk uit. Vele tinten blauw … en een zee die er zo glad uitziet als olie.

Dat is Run: 3 km lang en geruild tegen Manhattan en Suriname …

Onderweg komen we nu en dan deze vlotjes tegen, soms versierd, soms met een zonnepaneel er op. Dat zijn vallen om sardienen te vangen. ’s Nachts schijnen ze lampen in het water om de visjes aan te trekken.

Onderweg kwamen we dolfijnen tegen, maar die waren de fotograaf telkens te vlug af!

Fort Belgica

Dit fort ging Nederland of Belgica heetten. Het werd om één of andere reden Belgica en diende om de Engelsen weg te houden. De Bandanezen en de Engelse waren voorstander van vrijhandel voor de nootmuskaat, maar de Nederlanders (lees VOC) wilden een monopolie met bovendien een door hun opgelegde prijs. Het resultaat laat zich raden. Met dit bolwerk konden ze de Engelse vloot weg houden.

Het is blijkbaar ook een geliefkoosde plek om foto’s en filmpjes te maken voor de sociale media. We troffen er een drone-fotograaf aan met een paar van zijn klanten. Compleet met regie instructies “haar naar achteren, rechts; stap vooruit; glimlach”.

Tempo Doeloe …

Bij aankomst worden wij afgehaald door Pak Abba, hoteleigenaar en tevens organisator van trips op Banda Neira en daar rond. Hilarisch is het verhaal van het organiseren van prauwen met Alfoerse krijgers voor de deelnemers aan cruises.

Hij zorgt dat wij vlot terecht komen in Tempo Doeloe, de oude koloniale tijd, ware het niet dat dit hotel pas in de jaren ’60 zou zijn opgericht. Maar het is mooi en gezellig, zonder kneuterig te zijn. Complimenten voor de binnenhuis architect van het Cilu Bintang Hotel.

Eigenlijk kunnen ze zoiets op bijna elk Moluks eiland doen. De Banda archipel heeft echter een net iets gevarieerdere geografie, veel duikgelegenheden en een vreselijke geschiedenis. Dat zijn veel aanknopingspunten voor een geoliede toeristische industrie. Cruiseschepen, grote zeilboten – je ziet het hier allemaal.

Eindelijk: de Banda Eilanden !!!

Na 7 jaar dromen, lukt het eindelijk.
Wij reizen naar de Banda eilanden. Eerst naar Banda Neira met daarna dagtrips naar ondermeer Run & Ai.

Zoals voor de oversteek naar Saparua, vertrek je voor de Banda eilvanden (en meer bepaald Banda Neira) vanuit Tulehu.

Met dit verschil dat de ferry naar Banda Neira volledig vol zit: er is dan ook maar één oversteek per week …

Je kreeg in de VIP zone wel een drankje en een sponge cake, maar voor de rest was het er warm en vochtig. De enigste plaats was van voor in het ruim, waar ik een leuke conversatie had met een jonge Amerikaanse duiker en een Duits koppel.

Ik weet nu veel meer over hard en zacht koraal en waarom het hard koraal aan het afsterven is. Voorlopig is daar in Banda nog geen sprake van, maar op gekende plekken in bv Raja Ampat en het noorden van Bali gaat het zinderend achteruit.

Uitrusten

En net zoals deze mensen op het einde van de dag aan het uitrusten zijn

maken wij nog een wandeling langs het strand en gaan slapen (nog steeds jetlag …)

Tot later.

Bomen

Wij reizen samen met een biologe, die ons – met de benodigde Latijnse namen – op verschillende bomen en planten wijst.

De tamarindeboom, naast het Fort Amsterdam, was zelfs voor ons gemakkelijk te vinden; hier zit een vrouw de peulen te triëren om op de markt te brengen.

Dit is dan weer een boom die tot de poinsettia (kerstroos) familie behoort.