Vuurdans

Samen met de kecak dans was er ook dit spektakelstuk. Eerst werd er een vuurtje gestookt met een berg kokos schelpen. Dan komt de danser het hoopje vuur uit mekaar schoppen en gaat er dan zelfs even bij zitten, terwijl de gensters in het rond vliegen. De assistenten harken het hoopje gloeiende kool weer bij mekaar waarbij de danser het terug uit mekaar schopt.

Kecak

Binnen de verschillende dansvoorstellingen, die Bali te bieden heeft, is de kecak dans wel één van de meest indrukwekkend.
Het is een ritueel, dat in de jaren ’30 door de Duite schilder , Walter Spies, aangepast werd. Hij voegde er dans aan toe, gebaseerd op de Ramayana. Wij konden een verkorte versie in het centrum van Ubud bijwonen.

Antonio Blanco

De Dali van Ubud. Ook een Spanjaard, maar dan geboren in de Filipijnen, in Azië gebleven en tenslotte gesettled in Ubud met een Balinese danseres.

Michael Pas heeft hier nog een televisieserie overgemaakt. Hier een link naar een interview in De Standaard van 2002:
https://www.standaard.be/cnt/dst14062002_192

De ingang is de grootste handtekening ter wereld: hij krabbelde zijn handtekening, plooide het papier, met de nog natte inkt, dubbel en dat was het ontwerp.

Antonio Blanco’s huis is bombastisch – Dali’s museum in Figueres is er niets bij. Spijtig genoeg mochten wij er binnen niets van fotograferen. Dit fotootje is “in het geniep” gemaakt. Van de gids mochten wij wel in de studio een mede-bezoeker fotograferen die per se Antonio Blanco in schilderspose na wilde bootsen.

Ubud – het centrum van kunst en ambachten

Iedereen wil Ubud gezien hebben met haar tempels, rijstvelden en kunstenaars. Houtsnijwerk, zilversmeden, dans, muziek, je noemt het – het is er allemaal.

De stad puilt dan ook uit: je doet er uren over – ik overdrijf, een uur – om aan de andere kant van de stad te raken. Het is één grote souk met rijen mensen, motorfietsen en auto’s. En het lukt allemaal – niemand tiert, niemand vloekt, niemand stapt uit. Ah neen, dan wordt het alleen nog erger.

Luxe …

Een tip van golfmaatje Filip was eens dineren bij Syrco Basè, de getalenteerde chef van het voormalige Pure C in Cadzand. Die is namelijk in Ubud neergestreken en heeft er een indrukwekkend etablissement. Vooral de organisatie en vakkennis van het personeel vielen op.

het werd een mooie avond met een paar opmerkelijke cocktails – hieronder een stukje van de menu kaart.

geserveerd met fantastische hapjes zoals gegrilde aubergine met een speciaal sambal sausje, sate, een garnalen slaatje en zelfs vis croquetjes.

Netjes geserveerd in de bar. Met de – toch nog – aanwezige jetlag, leek de full-option 8 gangen menu geen slim idee. Het leuke trouwens aan een bar is dat je leuke gesprekken met de barmensen kan hebben, gaande van Indonesische grammatica tot een soort gininfuus met nootmuskaat – pala dus 🙂 …

De ene barman bleek trouwens afkomstig van het dorp waar we morgen naar toe verkassen en de andere waar we volgende week naar toe gaan.

Hotel, Ubud stijl

Deze keer beslisten we om een paar nachtjes in Ubud, centraal Bali te slapen. Vermits het volop toeristisch seizoen is, was de keuze eerder beperkt, maar J maakte een gelukkige keuze met Surya Kembar, een aantal mooie hutjes op een helling. Erg mooi ontworpen en ingericht.

Vermits we de badkamer thuis aan het renoveren zijn was die voor ons belangrijk … na maanden een nooddouche buiten…

Het uitzicht op het terras is euh … erg groen, met een riviertje.

Vlucht Jakarta – Denpasar, Bali

Terug een nachtje in de luchthaven van Jakarta geslapen en al de helft van de jetlag verwerkt, wandelen we naar de file aan de check-in van Garuda, de nationale luchtvaartmaatschappij.

Jakarta is een drukke maar rustige luchthaven. De security werkt veel vlotter dan in Zaventem en je moet er niet eens je laptop en ander elektronisch gerief uit je koffer halen.

Vlucht Doha – Jakarta

Door de lange vlucht en het tijdsverschil van 4 uur komen we om 21:30 in Jakarta aan. Het is altijd een beetje spannend als een paar honderd (vooral) toeristen uit een vliegtuig komen gerold en velen ontdekken dat je eerst moet betalen aan één comptoir en dan naar een andere gaan om je visum te krijgen. Dat moet in theorie ook online lukken, maar de betalingen vanuit België werkten niet. Aandachtspuntje voor de dienst “imigrasi”. Onvermijdelijk heb je dan ook mensen die nieuwe regels van aanschuiven vinden en daar dan luidkeels misbaar over maken. Best wel grappig soms “la condition humaine” …
We kwamen aan in de nieuwe Terminal 3. Low cost maatschappij LionAir zit nu in de oude terminal. Banksy heeft hier een brandblusser ingeschilderd 🙂

Brussel – Doha – Jakarta

De laatste tijd begonnen we erg op te zien tegen de lange nachtvluchten. Leeftijd en zo…
Plus de onvermijdelijke jetlag. En dus probeerden we een alternatief: enkel dagvluchten! Dus i.p.v. na de 6uur Brussel-Doha enkele uren in de transit zone rond te lopen en dan de volgende nachtvlucht te nemen, zijn we blijven slapen in de luchthaven zélf en hebben we de 9 uur durende vlucht erna naar Jakarta genomen.

Beide vluchten waren eigenlijk nogal rustig: geen turbulentie, geen piloot die net uit een F16 gestapt leek. We vlogen langs de Donau (vlak boven Wenen), over het Balaton meer en terug langs de Donau om ten noorden van het Bulgaarse Varna de Zwarte Zee over te steken naar Turkije. In een boogje om Syrië, over Koerdistan en Irak naar de Perzische golf. Recht naar het schiereiland (Al Jazeera) Qatar en de luchthaven van Doha.

Daar vieren ze het 10-jarige bestaan van de Hamad Int’l Airport (HIA) met een raar uitziende beer-mascotte. Maar nog niet zo raar als die we in Vlaanderen verzonnen voor de werken aan de Oosterweel verbinding.

Het Oryx hotel is niet goedkoop, maar de bedden zijn fantastisch en het zwembad op de bovenste verdieping is aangenaam om de zitspieren wat te relaxen.