Hiëroglyfen, zoals alle lettertekens, zijn ontstaan uit de noodzaak iets op te schrijven, bijvoorbeeld voorraden, schulden, decreten e.d. In het begin betekende bvb een uiltje ook echt een uil, maar al snel werden de tekens gebruikt als fonetische rebussen. Zo betekent het uiltje de letter ‘m’ en het woord ‘in’. Ze schreven geen klinkers, enkel medeklinkers en half medeklinkers (zoals de ‘w’), een beetje zoals vandaag nog Hebreeuws en Arabisch. Als het effectief een uil moest zijn, stond er een speciale vogel naast om dat te duiden. Zo staat er ook een man of een vrouw achter een persoonsnaam, of het teken voor land na een landnaam.
Ook zie je toch veel stijlverschillen en dat heeft soms te maken met een periode, maar meestal ook met de ondergrond: plaaster is makkelijker te bewerken dan de roze graniet hier net onder.





