Via de Voie de la Liberté, met een zijsprongetje naar l’Abbaye de Notre Dame d’Hambye,
die door haar ruïnes wel wat gelijkenissen vertoont met de Abdij van Villers (zie onze trips in mei) en door het stadje Granville,dat gelieerd is aan de Monegaskische koninklijke familie, zien wij eindelijk in de verte Mont St Michel met andere agneaux 🙂
Het stopbord is het eerste wat je in de foto ziet, toch? Eventjes niet opgelet en onmiddellijk greep de arm der wet in. Allemaal heel beschaafd; de rekening wordt naar huis gestuurd….
Maar natuurlijk kwamen we voor het borduursel van Koningin Mathilde. Natuurlijk niet de huidige, maar de vrouw van William The Conqueror. Zij beschreef het verhaal van haar “Willelm” ingenieus in kleurrijke platsteek (graag mij verbeteren als het niet zo is – maar sowieso is het geen kruisteek). Indrukwekkend!
Het voordeel aan het rijden via routes nationales & departementales is dat je soms – nou ja, vaak – afwijkt van de geplande route. En zo stoppen we op de weg naar Bayeux toch in Honfleur.
Het is een beetje een tourist trap, maar toegegeven: zelfs in de regen is het een mooi vissersdorpje met een schattig kerkje – we zijn namelijk dol op Noorse torentjes.
De hoofdstad van Normandië. Onze eerste halte. We kozen het hotel vanwege de ligging én de mogelijkheid om de auto op te laden.
Indrukwekkende gebouwen en een rijk verleden als toevoerhaven voor Parijs. Geen wonder dat Robert De Duivel (de vader van Willem De Veroveraar) een grote burcht liet bouwen om de passage van de Seine te controleren
Toen Willem De Bastaard zich klaar maakte om Engeland te veroveren, had hij geen flauw vermoeden wat een verwarrend land hij zou stichten: waar varkensvlees pork heet als het op het bord ligt en pig als het in de stal rondloopt.
Maar van waar vertrok deze Willem De Veroveraar naar Hastings?
Et bien, Saint-Valéry s/ Somme.
We vroegen ons dat al een tijdje af, want het was helemaal niet duidelijk van waar hij afvoer. Toevallig bleek dat onze lunch-stopplaats te zijn.
Wij proberen de regenbuien te ontwijken en zijn daar vandaag best in geslaagd.
“Natuurlijk”, zeggen jullie, “je zat in een aquarium”.
Spijtig dat de kleinkinderen er niet bij waren in Boulogne-sur-Mer, want er waren best veel leuke en indrukwekkende visjes.
De eindbestemming op de eerste dag van onze grote vakantie is Rouen. Maar om de reis avontuurlijker te maken, volgen wij zoveel mogelijk de kust.
En zo komen wij door Saint-Etienne-au-Mont, waar op het kerkhof een gedeelte is voorbehouden voor Chinese en Zuid- Afrikaanse arbeiders, die tijdens de 1ste Wereldoorlog hebben meegewerkt in opdracht van het leger. Niet meegevochten, want dat was een brug te ver in die koloniale tijd …
Een kerkhof maakt je altijd stil – maar dit is zo intriest: deze jongens waren zo ver van huis …
Wij rijden door het glooiend landschap met hier en daar een bosje pijnbomen en chique villa’s langs Stella Plage met een lekker groot strand (denk De Panne en Le Touquet, wat er juist langs ligt) en een speciaal stratenplan – het lijkt wel op een fuik.
Nu wat vaart er in, want we krijgen een ‘hongertje’. Maar we kunnen niet anders dan stoppen bij het zien van “les prés-salés”, de slikken en de schoren aan de delta van de Somme met kuddes schapen.
Je zou denken dat we dan wat lam – een van de specialiteiten van deze regio – als lunch wensen, maar het worden – als zoveelste wetenschappelijke test – mosselen 🙂