Handara, één van de 4 golfterreinen op Bali, is zeer mooi en ligt koel, hoog in de bergen. Een simpele WhatsApp en alles is geregeld: clubs, een karretje + een verplichte caddy. Wat een baan. Als ik er nog eens kom neem ik de reflex camera mee, want deze foto’s doen echt geen recht …
De toegangspoort van de golf is erg populair voor foto-schoots
ik vroeg mij af wanneer de eerste dames en jongens ons hun waar zouden komen aanbieden. Oleh-oleh, noemen ze dat hier: cadeautjes voor de familie en dat gaat van dozen koekjes over T-shirts en namaakbatik tot armbandjes. Dus vandaag waren het armbandjes en kettingen.
Zucht … ik ben al niet goed in het afbieden (tawar in het Indonesisch), maar met de pandemie hebben ze echt niet veel (zeg maar niets) verdiend en ik heb het hart niet om de prijs echt naar beneden te drukken.
Langs de weg zie je trouwens veel gesloten winkels en ook her en der borden voor overname van handelspanden. En in Kuta mag het leven weer op gang komen, hier in het noorden zie je nog niet veel toeristen.
En dan heb je de bale bengong – je vindt ze in alle soorten. Deze is met grote dikke kussens – de ideale plek voor een siesta of om ’s avonds weg te dromen terwijl je naar de lichtjes van de vissersboten kijkt.
Met een glaasje Balinese wijn (Aga white – Hatten Wines) sluiten wij de dag af.
Om 10:00 a.m. vertrokken naar Singaraja voor 2 SIM-kaarten. Ze zijn nog niet in gebruik (zucht … wij toeristen maken de mensen alhier zenuwachtig en dan lukt er niets meer), maar de WIFI in Villa Burung werkt ondertussen perfect. Zo ziet de villa er trouwens vanuit de lucht uit (fotootje met drone gemaakt).
Onderweg zagen wij een stalletje met kelapa muda (jonge kokosnoot), waar wij niet aan konden weerstaan – wij hebben er 5 mee naar huis genomen.
Na bezoek aan een supermarktje voor wat koffie, brood en nutella (jawel!) terug naar Siririt. Over koffie gesproken – rond ‘ons’ huis wordt er veel koffie gedroogd. Maar daarover later meer.
Lunch met ikan bakar (gebakken vis) – je kiest gewoon welke vis je wilt.
Tegenover het restaurant probeert een boer met repen stof de vogels van zijn rijstveld af te houden.
Morgen golf, terwijl ik aan het zwembad wat ga bijwerken. Volgens de volgende Pomodoro methode: 25’ werken, 5’ zwemmen 🙂
En terwijl wij langs moderne hoogbouw met daktuinen en meticuleus gemanicuurde grasvelden op goed onderhouden wegen naar Changgi, de luchthaven, rijden, bedenk ik mij wat een zalige stad dit is. Ja, je moet wel een goedbetaalde job hebben, want het leven is hier duur. En ja, de wet is streng, maar zoals een expat het zei, het is een verademing geen discussies te (moeten) hebben over b.v. COVID – je houdt je gewoon aan de regels. Het is allemaal uitgestippeld.
Bucket list
Er staan nog een massa TO DOs op ons lijstje voor ons volgend bezoek (zeker weten!) waaronder het wereldwijd bejubelde Jewel – je weet wel de ‘mall’ in Changi Airport (zie wikipedia: a nature-themed and retail complex).
We hadden gewoon niet door dat je deze beter kon bezoeken bij je aankomst.
Maar de desiderata voor deze reis zijn wel afgevinkt: 6 potjes met een betere soort Tiger Balm en thee van bij TWG – een soort Mariage Freres; we vragen ons af of ze niet beiden tot dezelfde holding behoren. In ieder geval, Moeder, we hebben groene thee voor jou mee
Voor apero nemen wij in één van de vele torengebouwen de lift naar de 39ste verdieping. Daar beslaat een bar de hele verdieping wat je een 360° zicht op Singapore en omgeving geeft. Duur maar soit, je betaalt nou eenmaal voor een leuke omgeving.
We werden verder getrakteerd op een show van de luchtmacht, die aan het oefenen was voor de nationale feestdag in augustus.
Augustus is een vruchtbare maand, beseffen wij opeens. Veel landen vieren dan hun onafhankelijkheid.
Veel wijken in Singapore hebben een eigen karakter. Zoals Kampong (Maleis voor “dorp”) Gelam, dat vroeger aan de zee lag en waar al eeuwen Jemenieten wonen. Tussen stoffenwinkels, toeristenwinkels en restaurantjes, vonden wij een Zweeds koffiebar: Fika (wat anders :-).
Het meest exotische dat wij ooit gegeten hebben was wiener schnitzel in Togo. Maar kottbullar met rode biet in S’pore kan ook meetellen.