Kota (stad) Bandung

Bandung is een drukke lawaaierige stad waar 3 miljoen mensen wonen. Het is ook de hoofdstad van West-Java en is best wel groen, met veel bomen. Omdat het op 700m ligt is het er ook ietsje frisser. Het verkeer krioelt door elkaar en hier geldt “voorrang voor de voorwielen”. Je moet echt de afmetingen van je voertuig tot op de millimeter kennen!

Het zicht van op de 11de verdieping

Bandung was in oorsprong een dorpje langs de “Grote Postweg” die van Jakarta langs de belangrijke plantages slingerde tot bijna de oostelijk tip van Java. Koloniale realisatie met veel dwangarbeid …

We gingen even een kijkje nemen naar de shopping mall een paar 100m verder langs de hoofdweg. Drie dingen vallen steeds weer op: een jonge bevolking, veel nieuwe auto’s en creatieve ideeĆ«n. En veel – drukbezochte – restaurants.

In de shopping mall is de inrichting leuk en luchtig en hebben ze in het midden een soort plein gemaakt waar mensen een dienst of een product kunnen aanbieden; die later kunnen doorgroeien naar een echte winkel.

Unesco erfgoed

In het westen van Java heb je een landstreek die Sunda heet en dat onder meer bekend staat voor een zeer speciaal muziekinstrument: de Angklung. Sinds 2011 behoort dit – samen met onder meer wayang poppen en sites zoals de Borobudur – tot het Unesco Erfgoed.

Een angklung bestaat uit twee tot drie gestemde bamboekokers die zich in een frame bevinden. Bij het zijdelings heen en weer bewegen ontstaat een warm soort geluid. Elk instrument is met de hand gestemd en brengt ƩƩn toon (do, re ….) voort.

Hier een werkplaats met daaraan verbonden een muziekschool, die geregeld voorstellingen geeft. Zo zagen wij gisteren een heel kinderorkest, aangevuld met dans en een korte wayang voorstelling met – uiteraard – de Ramayana als onderwerp.

Halverwege de show gaat het gordijntje voor de tafel weg en zien we hoe de poppenspeler – letterlijk – met handen Ć©n voeten werkt. Met zijn linkervoet bvb maakt hij de geluiden van donder, bliksem en klappen na. Lijkt niet simpel!.

Het SatƩ Gebouw

Bandung: universiteitsstad, bloemenstad, stad van massa’s kleding outlets (we zagen al Nike en Adidas outlets) en honderden restaurants heeft iets wat geen enkele andere stad ter wereld heeft: de Gedung SatĆ©.

Het gebouw werd in 1920 gebouwd en was deel van een groot project dat nooit werd afgewerkt. In de volksmond werd het al vlug Gedung Sate (SatƩ Gebouw) genoemd omwille van de pinakel boven de hoofdingang, die op een satƩ-stokje lijkt.

Highway to Bandung

En dat mag je letterlijk nemen:
na een uurtje door Jakarta te rijden met moderne hoge (kantoor)gebouwen aan beide kanten van de weg

rij je – na een aantal tolpoorten – over een kms lange brug naar Bandung. De brug overspant gehuchten en rijstvelden. Het is echt impressionant.

150+ km verder aan gemiddeld 80 km/uur (ja, zelfs met tolwegen!) komen wij aan in de Bandung Hilton dat redelijk spectaculair is met o.m. een zwembad op het 6de.

Er wacht ons nog een surprise: een upgrade op de 11de verdieping met een badkamer om u tegen te zeggen. Het is precies of mensen beseffen dat badkamers belangrijk voor ons zijn šŸ™‚

Een laatste blik op Bali

Ik blijf verwonderd en bewonderend kijken naar die Balinezen, die het voor elkaar krijgen hun cultuur te bewaren en te integreren in deze moderne wereld.

De agenda voor de rest van de dag: een Garuda vlucht naar de “moederstad” (ibu kota in het Indonesisch = hoofdstad), met de engel Gabriel (tenminste zo heet de piloot …) en daarna een uurtje of 4 rijden naar Bandung.

Donderdagavond: laatste strandwandeling

Het is laag water en we besluiten om nog een laatste wandeling te maken – want morgen is het een lange reisdag.

We bekijken andere “huisjes” en vergelijken zwembaden & tuinen …
Eentje vonden we allemaal wel heel indrukwekkend.

We zagen ons al met een drankje en een boekje de spelende kinderen op het strand bekijken.

Het meisje in het roze vraagt onze naam en vertelt dat ze Anggi heet, net zoals een nichtje van ons in Holland !!

Op en onder water

Zes maand geleden waren we nog op het Herteneiland (Pulau Menjangan), en nu dus terug, maar met een andere duikclub (Arrow Dive van Lovina) en die pakken het professioneler aan. We zaten ook op een andere plek dan de vorige keer. Niet mooier of beter, maar gewoon een andere kant van het eiland.

Het eiland maakt deel uit van het Nationaal Park van West-Bali, een beschermd gebied dus. Als je goed kijkt, zie je zo nu en dan in de de mangroves een schichtig hertje

Het lijkt of ze hier de natuur in evenwicht hebben kunnen houden.
Niet zo evident als je hoort dat men tijdens de pandemie door een laksere controle aan de Javaanse kant hele stukken koraal gedynamiteerd hebben om gemakkelijker te kunnen vissen. Lakser is wellicht het verkeerde woord: het kost materiaal Ʃn mensen (dus tijd) om al die eilanden te beschermen.

Als kind spaarden we Artis punten, met die punten kon je foto’s plakken in een album. Ik had er o.m. eentje van tropische vissen. Dat hele album zwemt hier rond … De kleurrijkste bewoners van koraalriffen zitten hier allemaal, plus zeeschildpadden en blauwe zeesterren.

Leven aan het strand

Zoals de lezer ondertussen weet, huren wij een huisje in de buurt van Lovina, Noord Bali. Rustiger dan het zuiden en – niet onbelangrijk – goedkoper.

Ook een ideale plek om mens en dier te observeren.
Het begon al meteen zondagochtend met strand en zee vol met mensen na een ceremonie de avond voordien.

Ook vissers zijn van de partij. Merk zijn jasje op – het is voor de Balinezen best wel koud (maar gemiddeld 28 °C).

Maar we kijken verder … naar het ruime sop met in de verte allerhande schepen en bootjes. Vooral vissers eigenlijk…

En als we naar boven kijken, zie je op de meeste huizen in de nok kroontjes, een referentie naar de vroegere koninkrijken.

En er is ook altijd een gemanicuurde tuin … met frangipani boompjes en bloesems

en veel vogels, die naarstig baltsen en fourageren: mussen, zwaluwen en allerhande. Maar ’s avonds ook vleermuizen.

Shoppen …

Terwijl de mannen onderweg waren, zijn de meisjes gaan shoppen.

Niets leukers dan in het buitenland in winkeltjes te gaan snuisteren of zelfs in een warenhuis naar snoepjes, kruiden en zeepjes te kijken.

‘k Weet het, zulke zeep mag je nooit gebruiken – maar het ging om het doosje met een mooi jaren ’60 lay-out.
En wat denken jullie van deze snoepjes, die kinderen helemaal naar hun smaak kunnen versieren?

Ook niet gezond, maar wel leuk.

Maar vandaag lag de focus op een juwelenwinkeltje.
De chauffeur wist wat voor genre passagiers hij in zijn auto had en reed de winkeltjes aan de “fuik” (de plaats waar je als toerist onmiddellijk wordt aangeklampt) voorbij en stopte bij het huis van een zilversmid.

Wij hebben wellicht de helft te veel betaald (zegt neef Wim) – maar voor Belgische normen best goedkoop. Dus reden wij gelukkig terug naar huis met onze buit van ringen en oorbellen.