Er zijn zoveel restaurants, eethuisjes en coffee shops, je krijgt op een paar dagen alle soorten keukens niet geproefd. Daarom zijn wij heel origineel (!!!) maar gaan lunchen in het Raffles Hotel.
Je kan kiezen tussen verschillende gelegenheden; deze keer ploften (we hadden dorst) neer op een leuk terrasje met wel een zeer bizarre kaart: een Zwitsers kaasbordje, rösti, saucisson vaudois en een “swiss spritz”.
Bleek later dat dit de AP Room was: i.e. Audemars Piguet Room …
We hadden het er al eerder over: hier spenderen ze best wat aan natuur en cultuur. Vandaag staat de National Gallery op het programma. Het gebouw huisde eerst het hooggerechtshof. Sommige zalen verwijzen naar de ontstaansgeschiedenis van Singapore en de dekolonisatie. Soms met opmerkelijke verhalen: bv iemand die twee echtgenotes had en na zijn overlijden moest de Engelse (kolonisator) rechter een vonnis vellen over de verdeling. Volgens de Engelse wetgeving bestond enkel een monogaam huwelijk, dus gaf hij beide vrouwen even veel.
Loop je verder naar de andere collecties, kom je eerst langs een installatie met verse aubergines
Er is veel werk van rond de Tweede Wereldoorlog. Zo is er een schilderij van Raden Saleh, dat uit een Nederlands museum geleend is. Het valt trouwens op dat verscheidene van deze artiesten rond 1942 onder de Japanse bezetter gestorven zijn.
Horen, zien en zwijgen … het is een beetje van alle religies zeker?
Er was ook modern werk te zien in diverse media tot en met video kunst.
Op het toeristische parcours struikel je over de selfie-trekkers en fotografen, die hun influencer en/of bruidspaar zo origineel mogelijk in beeld willen brengen. Het is best hilarisch – enfin, dat vonden wij toch …
Maandag, 20 oktober, vieren de Hindu het feest van het licht: Deepavali of Diwali. Het lijkt een beetje op ons kerstmis met de nodige straatverlichting,
op een echte “kerstmarkt” – het is over de koppen lopen.
Veel goud ook. Het lijkt wel de Grote Bazaar in Istanbul. Mannen en vrouwen wachten geduldig op de prijs van het gewenste juweel en proberen wellicht af te dingen (169 SGD per gram goud). Als het even kan stuur ik jullie daar morgen nog wat fotootjes van.
De avond eindigt totaal onverwacht in een vegan Indiaas restaurant. Zaaalig, zelden zo goed Indiaas gegeten. Biryani, tofu hot pot, chapati en cheese nans. Daar nog mango lassi en lemon ice tea bij en het kon niet meer stuk.
Roepen is sowieso niet gepast hier. Maar een app wel. Het lijkt een beetje op Uber (maar Uber zie je hier niet rijden) maar zonder het gefoefel met prijzen en zonder constant aanbevelingen te moeten schrijven. En voor de chauffeurs: meer en beter werk.
Door de stop in Doha, dachten wij van een te zware jetlag verlost te zijn. Niets is minder waar: we werden om 10:30 a.m. wakker.
Wat doet een mens met een jetlag? Calvinistisch zoals we zijn (enfin, ik toch) , blijven wij niet aan het zwembad liggen.
Het plan was eigenlijk wat extra informatie te vinden over de Banda eilanden in het ISEAS instituut (zie verslagje juli 2022) , maar het wordt het Lee Kong Chian Natural History Museum.
Dit museum dat genoemd werd naar een belangrijke zakenman en mecenas beslaat ook de Raffles Natural History collectie.
Het heeft ook 3 in de VS gekochte dinosaurussen,
Er wordt niet alleen veel aandacht geschonken aan vogels, vlinders en torretjes, er is ook veel aandacht voor het zeeleven. Hieronder een kaart met de “Koraaldriehoek”, waar de hoogste concentratie van koraalsoorten te vinden is .. maar ook de hoogste dreiging is van het afsterven van dat koraal.
En dan iets totaal onverwachts: een hele hoek over Wallace, de concullega van Darwin die hier en in Indonesië veel onderzocht heeft en parallel (of was hij eerst?) met Darwin de evolutieleer uitvond.
Wij volgen Wallace in zijn zog, over Makassar en Ambon (op de kaart, zoals het eigenlijk heet, Amboina) tot in de Banda eilanden.
Na heel wat luchtvaart-gepuzzel en een hapering door de nationale staking zijn we weer weg naar het Verre Oosten, met onze vaste stop-over in Doha voor wat slaap in een écht bed en een frisse duik in een zwembad, allemaal in de transferhal van de luchthaven.
Zoals elke vlucht hoort te zijn: er gebeurt niets speciaals. Maar dan vallen kleine details juist op: zoals bv. dat Qatar Airways veel belang hecht aan Damme (Brugge, eat your heart out!)
Enkele uren later zie je mooi verlichte steden. Zoals Bagdad, met een geheimzinnig paarse waas (de cabine verlichting en de zetel, gereflecteerd in het raampje).
Op weg naar de gate voor de volgende stop, staat er een grappig beeld dat prompt de selfiebrigade over zich heen kreeg. Is het een Afrikaanse versie van de “Bremer stadsmuzikanten”?
We gingen dat eens proberen en daarom huurden we een Mini Aceman. Die zit wat hoger dan J’s Mini Cooper en heeft een grotere range. Bovendien is het een nieuw model dat vanaf het witte blad papier elektrisch was. Ook de software en het interieur is een stuk nieuwer.
Voor mij was er 1 nadeel: het is een 4-deurs model en dus is het “deurgat” wat te klein.
Maar terug naar het eigenlijk onderwerp: laden. Dat viel reuze mee: we laden een paar keer in het hotel – zelfs één keer gratis. En ook onderweg hebben we geladen. In tegenstelling tot België hebben niet alle benzinestations snelladers. Er zijn zijn goede apps en websites zoals ABRP, Chargemap of apps van laadpassen die daarbij kunnen helpen de gewenste lader te lokaliseren. Maar ook de GPS software van de auto kan je helpen.
Kies best voor een laadpaal waar je met je app of je pas kan laden. We kwamen er één tegen die enkel zou werken door een QR code te scannen en een account aan te maken. Blijf daar van weg! Ik liet mij vangen en vulde braafjes alles in en onmiddellijk was ik een eerste bedrag van mijn kredietkaart kwijt. Blijkbaar was ik een abonnement op een sportwebsite rijker … Gelukkig blokkeerde VISA mijn kaart onmiddellijk ….
We hadden nog een beetje tijd over en konden nog het “Zeebrugge” van het Oude Rome bezoeken. Aan de monding van de Tiber was er een heel complex van 70 hectaren groot met overslag faciliteiten, magazijnen, maar ook winkels en grote thermen en een amfitheater toe.
Toch erg verrast van de tweede naam op deze plaat ….
Een deel van het badhuis
Er waren ook veel mozaïeken, weliswaar monochroom. Die waren soms ter versiering (bvb die in het badhuis)
Maar er was ook een soort plein van de gilden of corporaties die een mozaïek voor hun deur liggen hadden. Die met de olifant bvb werkten met Afrika.