Van Chartres naar Rouen.


inpakken & wegwezen: kruidige reisnotities
Van Chartres naar Rouen.

Het is al 40+ jaren geleden dat wij in Chartres zijn geweest. Het stadje is – althans dat is onze perceptie – fel veranderd, maar de kathedraal is nog altijd even indrukwekkend,




Het is tijd om huiswaarts te keren en zo slapen we nog een laatste keer in Normandië, in een stadje en een hotelletje, zoals je ze altijd in Frankrijk zou wensen.



Een vuurtoren gevonden na een frisse wandeling in Quiberon – check!


De beroemde menhirs in Karnag gezien – check!

Voor lunch een galette met alles erop en eraan – Check!
Weer een fort, deze keer met een dubbele ophaalbrug en 3 musea: Marine museum, Redding op Zee en het Musée des Indes. Dat laatste toont veel mooie en interessante stukken, maar ook de schrijnende slavenhandel. De Fransen alleen voerden meer dan 3000 slavenhandel expedities uit.



We beslissen niet rechtstreeks naar Vannes te rijden, maar even Lorient te bezoeken; en zo steken wij de Blavet – een andere indrukwekkende rivier – over via de Pont de Bonhomme.
Tot begin 1900 gebruikte men hier een veerboot voor alle verkeer tussen de dorpen Caudan en Kervignac. Toen werd de naam “Passage du Bonhomme” geboren. Er wordt zelfs gezegd dat op dit punt aan weerszijden van de Blavet twee tegenover elkaar liggende rotsen vaag het profiel boden van een man en een vrouw. Nu staat er op elke toren een figuurtje: een man en een vrouw in Bretonse klederdracht die naar elkaar kijken.



Het regent weer en wij laten St Malo & hinterland achter ons. Naar het schijnt is het droger in Vannes.
De weg volgt in parallel de Rance, die in het Kanaal tussen Dinard en Saint-Malo uitmondt.




Van het ene fort + haven naar het andere…. In Pleudihen-sur-Rance is het – in scheepsbevrachtingstermen – Not Allways Afloat But Safe Aground.
Het was eerst niet de bedoeling Dinan te bezoeken, maar we konden niet weerstaan aan het haventje.

Opeens aan een rondpunt stond er een peiltje naar le Menhir de Champ-Dolent.

Je voelt je zo klein!
Te bedenken dat deze menhir ook nog eens 1m in de grond steekt.
En tot midden vorige eeuw, zette men wel eens een kruis op zo’n hoge menhir.

Het is jaren geleden dat we nog gepicknickt hebben, naast een veld met “tractor-eieren”. Zo heten die blijkbaar in Finland!

Ondertussen werden we in de gaten gehouden door een laag scherende “Jonathan”.
Maar het is hem toch niet gelukt om de camembert in te pikken.



Via de Voie de la Liberté, met een zijsprongetje naar l’Abbaye de Notre Dame d’Hambye,

die door haar ruïnes wel wat gelijkenissen vertoont met de Abdij van Villers (zie onze trips in mei) en door het stadje Granville,dat gelieerd is aan de Monegaskische koninklijke familie, zien wij eindelijk in de verte Mont St Michel met andere agneaux 🙂

Indrukwekkend!