We kijken recht op de Balizee, met rechts het Oosten en links het Westen. Zowel zonsopgang als zonsondergang is net ‘om de hoek’ en dus uit het zicht. Toch worden wij iedere dag op iets moois getrakteerd.
En twaalf uur later:
Het is bijna gedaan, hoor 🙂 Binnen 3 dagen keren wij naar huis.
Ikat is een typisch Aziatische weeftechniek die ook op veel Indonesische eilanden beoefend wordt. En dus ook op Bali. Na lang zoeken hebben we nog een echt fabriekje gevonden waar ze zelf weven. (Allemaal) dames die met erg antieke weefgetouwen aan de slag zijn om de fijnste stoffen te weven van katoen of zijde.
Moerbei heet “murbai” in het Indonesisch. Dat begrepen we na een snelcursus zijderups, waarbij een medewerker blaadjes voederde aan een collectie zijderupsen.
Bij de villa, die wij huren hoort een boot. Probleempje: vorig jaar hebben ze op het strand een dijkje met pad aangelegd. Fijn voor de dorpelingen, maar voor de villa betekent het dat de boot letterlijk uit het boothuis, over het dijkje, naar het strand – en dus de zee – gedragen moet worden.
Eenmaal in het water kunnen we een toertje maken. Veel opspattend zout water in ons gezicht. Maar leuk en interessant om de buurt van op zee te verkennen.
Deze foto is een beetje ’artistiek’ (tenminste dat is mijn mening …) Je zou hem kunnen gebruiken als background in een Aziatische fotostudio of nog meer voor een selfie. Je ziet zo een koppeltje langskomen met een parasol, toch?
Maar als koppel kan je jezelf ook in een groot nest plaatsen
of wat denk je van een schommel met een rijstveld als achtergrond?
Dat zijn bootjes in alle vormen en maten. De grootste zijn trekbakken met kolen voor de centrale wat verder op: enorme badkuipen, getrokken door een zeesleper.
En natuurlijk erg veel vissersbootjes in alle kleuren en alle momenten van de dag/nacht.
Met de huishoudster op weekend, heb ik de kans om een deel van een recept van Ottolenghi uit te proberen.
Hij noemt het pickles, ik noem het – op z’n Indonesisch – atjar (of op z’n modern Indonesisch geschreven: acar).
Men neme 100 ml witte wijnazijn, dito water, een 1/2 theelepel zout, de schil van 4 limoenen + 1 knoflookteentje. Warm het op tot het zachtjes pruttelt. Zet het af en laat het afkoelen. Snij 150 gr ananas in kleine stukjes (O spreekt over reepjes van 4 op 0.5 cm – nou, ja …) een kleine rode ui in dunne ringen en 1 rode chili, ontdaan van zaad, in julienne reepjes. Meng het gezeefde azijnmengsel met de ananas, de rode ui en de chili en laat min. twee uur trekken. Persoonlijk vonden wij het een beetje te zuur en hebben wij er een eetlepel suiker bijgedaan.