Lonthoir, Banda Besar

Dag II van ons bezoek aan de Banda archipel was eigenlijk al gepland, maar wordt nog een beetje bijgesteld. Zo krijgen wij nu ook de prauwen te zien, waarmee nog rituele vaarten en wedstrijden worden gehouden.. Volgende maand zal er nog zo’n evenement plaatsvinden.

In de Rumah Adat, het traditionele gemeenschapshuis, worden alle rituele attributen bewaard. Zo ook deze mooi geschilderde boegbeelden, die bij de wedstrijden op de prauwen worden vastgemaakt.

En dan gaat het met brommers de heuvels in (is 400 à 500 m nog een heuvel?), kronkelend door kleine dorpjes met massa’s spelende kinderen – het is zaterdag en er is ’s middags geen school meer – madrassa (koranschool) of gewone school.

Er is daar natuurlijk weer een fort.
De locaties werden ingenieus uitgezocht. Met één of meerdere forten op een bepaalde hoogte kon je alle baaien in de gaten houden.

Je vindt ook de “bloedsteen”, de steen waar de Nederlanders en de lokale leiders een overeenkomst met bloed tekenden – je weet wel, zoals bij de Indianen. Maar zoals we weten, hebben de Nederlanders zich niet aan de overeenkomsten gehouden.

Dan klimmen wij weer verder, naar de botanische tuin.
Een man klimt in een boom om de muskaatnoten uit de boom te schudden. Een andere methode is met een bamboestok de noten uit de boom te trekken.

Je weet dat ze rijp zijn, als ze opensplijten.

Meest indrukwekkend zijn toch de kenari bomen – eeuwenoud, breed en hoog, waartussen de nootmuskaatbomen kunnen gedijen.

Er wordt hier ook vanille gekweekt, maar wij hebben nergens bonen zien hangen

Alhoewel de vrouw van de hotelier zegt dat ook hier het weer veranderd, is het op deze eilanden best droog en regent het niet zo veel

Een bron is daarom zeer belangrijk en wordt goed bewaakt.
Je moet je schoenen uitdoen voor je aan de waterput komt en vrouwen mogen nooit water ophalen (vind ik best).

,