Van V&A naar F&B

Tussen dit alles zou men wel eens vergeten “de inwendige mens te versterken”. Mensen, die ons kennen, weten dat dit bij ons echter niet het geval is … 🙂

London heeft voor ons veel leuke plekjes: Ottolenghi in Islington en Spitalfields is zeer lekker, maar evengoed zitten wij graag aan de toog bij Moro’s op Exmouth Market.

Maar laten wij het even over kaas hebben.
Wij kenden al La Fromagerie, maar Neil’s Yard Dairy is nog iets anders.

Jawel, deze “kaasboer” zit hier om de hoek, met honderden m² om kazen te affineren.

Moghuls in het V&A

Vanuit Perzië veroverden de Moghuls een uitgestrekt imperium dat zich uitstrekte over het grootste deel van India, Pakistan en Afghanistan. Het waren goede legerleiders met een strakke en administratie.
Akhbar zette de toon voor een machtig rijk dat goed omging met de religieuze diversiteit en ook spendeerde aan kunst. Het hoogtepunt van die kunst kwam met zijn kleinzoon Shah Jehan, ook bekend van het grafmonument voor zijn vrouw Mumtaz Mahal: de Taj Mahal.

Bijvoorbeeld deze wijnkan: stukken jade werden zo geslepen dat ze het metaal bedekken, aangevuld met robijnen en smaragden.

En wat denk je van deze “tafel BBQ” …

Maar de luxe beperkte zich niet tot wijnbekers, juwelen en andere gebruiksartikelen.
Ook waren er prachtige tapijten – hier een immens katoenen tapijt met opdruk voor in de zomermaanden.

En miniatuur schilderijtjes om hun bezittingen te archiveren, inclusief een zebra …

De Moghuls waren trouwens bijzonder vooruitstrevend. Ze sloten hun grenzen niet voor andersgelovige buitenlanders en toonden interesse in andere culturen. Dit blijkt uit keramiek tegels met een Portugese uitstraling en de betrokkenheid van een Franse protestantse juwelier bij de vervaardiging van een gouden palfijn.

V&A

Het is zaterdag en tijd voor het V&A, het gezelligste museum van London. Het is jonger dan het British Museum, maar het is binnen indrukwekkender.

Je vindt er van alles: een afgietsel van de Zuil van Trajanus …

Chinese zijden overjassen …

en tegeltableaux …

En ook de “members room” is mooier dan die van het British Museum

En dan de marbels …

Nee, nee – grapje … Ik wil het niet over knikkers hebben, maar over The Elgin Marbles.

Begin 1800 ‘redde’ Lord Elgin de fries van het Atheense Parthenon. Die domme Grieken konden er niet voor zorgen…. Dus moesten ze naar Londen.

En nu moeten de Grieken naar het British Museum om ze te zien. Zonde … Je ziet de aanwezige Grieken ongelukkig kijken en je hoort ze luid discussiëren

Ook gezien: sacochen

Wat deed deze heilige met een tas aan zijn arm?
Afgekeken van de Assyriërs?

Wat zat er trouwens in zo’n tas? En heeft hij een ‘smartwatch’ om zijn pols? Als een lezer dit weet, laat het ons weten!!!!

British Museum, The Silk Route Exposition

wij hebben juist de tentoonstelling van de zijderoute verlaten en bij een broodje in de Members’ Room met zicht op de inner court zijn wij nog aan het nagenieten van zoveel moois.

Eigenlijk gaat het niet over DE zijderoute, maar over een web van handelsroutes: van de Molukken tot Sutton Hoo – over land , langs rivieren en over zee. Inclusief de Vikingen.

Er zijn prachtige zijden schilderingen van Buddha – zeer fragiel, dus niet te fotograferen -, een Pakistaans bronzen beeldje in Zweden opgegraven, spectaculaire juwelen: goud, zilver, al dan niet met edelstenen (onder andere carneool, teruggevonden in Engeland) en een zeer eenvoudig armbandje van aan elkaar geregen kruidnagel (rechts onder op de foto)

Er zijn ook mantels met zijden applicaties en een schattige schoen ..

Zo veel …

Deze tentoonstelling overtuigt ons ook om in oktober – bij onze volgende reis naar Indonesia – Sumatra, en meer bepaald Padang. te bezoeken. Padang is namelijk een van de havens die vanuit de Molukken naar het Westen werd aangedaan. Maar daar later meer over.

The Cinnamon Club: voorbereidingen …

Hoe het jaar en de reis naar de “Spice Islands” beter inzetten dan dineren in The Cinnamon Club in London.  Een zeer fijne Indiase keuken doordrenkt met kruidnagel, safraan en pala, geserveerd in een bibliotheek.  We voelen ons in de hemel.

Op de heenweg worden we gevoerd door een cabbie uit Grenada, die vond dat de naam “Spice Island” op zijn eiland van toepassing was.   Nootmuskaat en kaneel maken immers een groot deel uit van hun BNP.