Pura Gunung Kawi Sebatu

Op de weg naar Ubud, keken wij in de brochures van de chauffeur, die ons afhaalde. (Tussen haakjes, het klinkt chique, maar voor dezelfde prijs – en zonder te moeten zoeken – laat het hotel je ophalen; het is gewoon veel comfortabeler).

Zo zagen wij foto’s van de Pura Gunung Kawi Sebatu, dat door de Indonesische toeristische gids (www.indonesia.travel) wordt omschreven als de Indonesische Valley of the Kings.

Zoals ooit Obama voor ons, betreden wij het voorhof van deze tempel ….

… en dalen dan 350+ treden naar beneden – de vallei in.

Om tenslotte de in de rotsen gehouwen altaren te zien

Met daarnaast een waterval. Magisch en rustgevend.

Diaspora

Terwijl ik dit schrijf, hoor ik om mij heen vooral Nederlands. Je zou bijna denken dat een Van der Valk-hotel hier goede zaken zou kunnen doen.

Echt, driekwart van de hotelgasten komt uit de Indonesische diaspora. Hele families – vaak vier generaties – reizen samen. Ze spreken nog wel Indonesisch, maar onderling is Nederlands de lingua franca. Velen kennen elkaar ook uit Nederland. Het doet denken aan die Parisiens die elkaar tijdens het weekend en in de zomer tegenkomen in Deauville.

Maar serieus: deze toeristen spelen een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de Molukken. In het dorp van mijn vader zijn inmiddels alle huizen van steen gebouwd, terwijl ze in mijn jeugd nog van bamboe en riet waren. De bijdrage van de diaspora is hier tastbaar aanwezig.

Banda natuur

Het zijn tropische eilanden en dus met een uitbundige natuur – voorlopig. Het ligt in de koraaldriehoek en heeft ook een grote variëteit aan koraal soorten en maritiem leven. Van een bevriende drone piloot kreeg ik dit filmpje.

Maar er is natuurlijk ook meer. Ga snorkelen en soms op een paar meter van het strand wemelt het al van vissen. Kijk naar de bossen, en je ziet de variëteit. Kijk naar elke plek waar de mens even af blijft, zoals verlaten gebouwen, en je ziet planten groeien.

Maar zelfs in de bewoonde wereld kom je wilde dieren tegen. Onze medereizigster Chantal zag deze koeskoes buideldieren van op haar terras in het hotel in Banda Neira.

De fast ferry naar en van Banda

Deze doet er een 6-tal uren over om van Teluhu haven (Ambon) naar Banda Neira te varen. Spiegelgladde zee en buiten de drukkende warmte redelijk comfortabel in ” VIP” klasse. Je hebt ook “economy” die eigenlijk buiten zit. Ik zag wat VIP’s naar daar verhuizen voor meer ventilatie en zuurstof…

De medepassagiers waren hoofdzakelijk Indonesiërs: een vrolijk kwetterende bende die ook altijd wil helpen.

De Westerse medepassagiers zijn dan weer hoofdzakelijk duikers. Blijkbaar is het spotten van hamerhaaien hét van hét momenteel. Grappig gesprek tussen een Duitser en een Chinese: Duitser toont zijn hamerhaai filmpje en wil het delen met Chinese, die weigert want ze wil haar eigen filmpje maken. Het is best wel een gedreven bende.

Als je het niet gewoon bent: de aankomst is altijd wat druk. Amper ligt de boot langszij of die wordt bestormd door een legertje dragers die bijna vechten om je bagage en een taxi-rit willen boeken.

De afstand is ongeveer 200 km.

Tempo Doeloe …

Bij aankomst worden wij afgehaald door Pak Abba, hoteleigenaar en tevens organisator van trips op Banda Neira en daar rond. Hilarisch is het verhaal van het organiseren van prauwen met Alfoerse krijgers voor de deelnemers aan cruises.

Hij zorgt dat wij vlot terecht komen in Tempo Doeloe, de oude koloniale tijd, ware het niet dat dit hotel pas in de jaren ’60 zou zijn opgericht. Maar het is mooi en gezellig, zonder kneuterig te zijn. Complimenten voor de binnenhuis architect van het Cilu Bintang Hotel.

Eigenlijk kunnen ze zoiets op bijna elk Moluks eiland doen. De Banda archipel heeft echter een net iets gevarieerdere geografie, veel duikgelegenheden en een vreselijke geschiedenis. Dat zijn veel aanknopingspunten voor een geoliede toeristische industrie. Cruiseschepen, grote zeilboten – je ziet het hier allemaal.

Eindelijk: de Banda Eilanden !!!

Na 7 jaar dromen, lukt het eindelijk.
Wij reizen naar de Banda eilanden. Eerst naar Banda Neira met daarna dagtrips naar ondermeer Run & Ai.

Zoals voor de oversteek naar Saparua, vertrek je voor de Banda eilvanden (en meer bepaald Banda Neira) vanuit Tulehu.

Met dit verschil dat de ferry naar Banda Neira volledig vol zit: er is dan ook maar één oversteek per week …

Je kreeg in de VIP zone wel een drankje en een sponge cake, maar voor de rest was het er warm en vochtig. De enigste plaats was van voor in het ruim, waar ik een leuke conversatie had met een jonge Amerikaanse duiker en een Duits koppel.

Ik weet nu veel meer over hard en zacht koraal en waarom het hard koraal aan het afsterven is. Voorlopig is daar in Banda nog geen sprake van, maar op gekende plekken in bv Raja Ampat en het noorden van Bali gaat het zinderend achteruit.

Ambon Manise

Ambon Manise wilt zoveel zeggen als Liefelijk Ambon. En het blijft mooi, met na elke bocht wel iets moois of leuks. Onderweg naar Fort Amsterdam (meer informatie hierover in ons “rapport” van februari ’22) …

… stoppen wij zo nu en dan en maken wij wat foto’s.
Chantal noemt het beeld hieronder een Neckermann foto 🙂

Wij zien ook hoeveel bamboe wel gebruikt wordt: van stellingen tot daken.

Over de bouw gesproken, voor de funderingen van veel gebouwen – als niet de muren – worden vaak koraalbrokken gebruikt.

En omdat iedereen mobiel bereikbaar moet zijn, staan er – net zoals bij ons – overal wel masten. Misschien ietwat minder verroest en de kabels beter weggewerkt … 🙂

De Molukken!

Na een vroeg opstaan, de vlucht van 6u gehaald naar Ambon, de hoofdstad van de Zuid-Molukken, maar een paar uurtjes verder. We vlogen deze keer met Lion Air, de Indonesische lowcost operator. Buiten een vertraging door ontbrekende bagage en wat stress over onze teveel aan kilo’s was er niks verkeerd aan deze vlucht in een Boeing 737.

De approach naar Pattimura Airport is altijd mooi: laag over het water van de binnenbaai langs de bosrijke heuvels.

We logeren terug in Natsepa, gelegen aan de buitenbaai van Ambon, met een wijds uitzicht. Het hotel was volgeboekt en uiteindelijk hebben we nog een “junior suite” bemachtigd met ruime kamers en somptueuze badkamer. Onze reisgenote Chantal hebben we de kamer met privé zwembad gelaten.