Voor wij de Molukken verlaten en naar Java afreizen, nog een korte tour door Ambon met focus op standbeelden van Molukse (vrijheids)strijders.
Hier boven op de heuvels met zicht op de haven torent Martha Christina met wapperende haren en speer in de aanslag.
Dicht bij het fort, dat nu militair grondgebied is, staat Thomas Matulessy, alias Kapitan Pattimura. Door President Soekarno geprezen en door zijn opvolger tot nationale held verheven
Onder het standbeeld krijg je nog de geschiedenis van de Molukken in beeld uitgelegd.
Tot op deze dag, zijn – blijven – Molukkers getekend door de geschiedenis en dat allemaal door dat kleine kruidnootje ….
Laten wij het ook even over de Chinese Diaspora hebben. In dit geval deze in Banda Neira …
Chinese en Arabische handelaars kochten al heel vroeg grondstoffen in de Molukken. Op Banda Neira besloeg Chinatown een groot gedeelte van de stad; geleidelijk aan werd dit echter door de Arabische handelaars overgenomen. Er blijft nu nog een Chinese tempel over met muurschilderingen. En aan de ingang van de tempel ligt een steen met het VOC logo …
Terwijl ik dit schrijf, hoor ik om mij heen vooral Nederlands. Je zou bijna denken dat een Van der Valk-hotel hier goede zaken zou kunnen doen.
Echt, driekwart van de hotelgasten komt uit de Indonesische diaspora. Hele families – vaak vier generaties – reizen samen. Ze spreken nog wel Indonesisch, maar onderling is Nederlands de lingua franca. Velen kennen elkaar ook uit Nederland. Het doet denken aan die Parisiens die elkaar tijdens het weekend en in de zomer tegenkomen in Deauville.
Maar serieus: deze toeristen spelen een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de Molukken. In het dorp van mijn vader zijn inmiddels alle huizen van steen gebouwd, terwijl ze in mijn jeugd nog van bamboe en riet waren. De bijdrage van de diaspora is hier tastbaar aanwezig.
in het hotel vonden we deze muurschildering: kruidnagel voor de ganse Molukken en nootmuskaat voor Banda.
Vroeger was het leven simpel: enkel op Banda was er nootmuskaat. Arabische en Chinese handelaars kwamen onderhandelen over prijs en hoeveelheden en brachten de voorraad via de zijderoute naar Europa.
Een goede boom levert drie oogsten per jaar af van ongeveer 1000 vruchten. Dus er kon best goed geld verdiend worden.
De Europeanen die tenslotte ook de weg vonden, wilden hun eigen winsten maximaliseren, de zijderoutes handelaren passeren en monopolies verwerven – met, zoals we weten, alle gevolgen van dien.
Maar om nou te zeggen dat huidige telers het beter hebben … Een kg nootmuskaat kost ter plaatse EUR 50. Heb je al eens gekeken hoeveel je voor een potje in een Belgische supermarkt betaald?
Het zijn tropische eilanden en dus met een uitbundige natuur – voorlopig. Het ligt in de koraaldriehoek en heeft ook een grote variëteit aan koraal soorten en maritiem leven. Van een bevriende drone piloot kreeg ik dit filmpje.
Maar er is natuurlijk ook meer. Ga snorkelen en soms op een paar meter van het strand wemelt het al van vissen. Kijk naar de bossen, en je ziet de variëteit. Kijk naar elke plek waar de mens even af blijft, zoals verlaten gebouwen, en je ziet planten groeien.
Maar zelfs in de bewoonde wereld kom je wilde dieren tegen. Onze medereizigster Chantal zag deze koeskoes buideldieren van op haar terras in het hotel in Banda Neira.
Deze doet er een 6-tal uren over om van Teluhu haven (Ambon) naar Banda Neira te varen. Spiegelgladde zee en buiten de drukkende warmte redelijk comfortabel in ” VIP” klasse. Je hebt ook “economy” die eigenlijk buiten zit. Ik zag wat VIP’s naar daar verhuizen voor meer ventilatie en zuurstof…
De medepassagiers waren hoofdzakelijk Indonesiërs: een vrolijk kwetterende bende die ook altijd wil helpen.
De Westerse medepassagiers zijn dan weer hoofdzakelijk duikers. Blijkbaar is het spotten van hamerhaaien hét van hét momenteel. Grappig gesprek tussen een Duitser en een Chinese: Duitser toont zijn hamerhaai filmpje en wil het delen met Chinese, die weigert want ze wil haar eigen filmpje maken. Het is best wel een gedreven bende.
Als je het niet gewoon bent: de aankomst is altijd wat druk. Amper ligt de boot langszij of die wordt bestormd door een legertje dragers die bijna vechten om je bagage en een taxi-rit willen boeken.
Dag II van ons bezoek aan de Banda archipel was eigenlijk al gepland, maar wordt nog een beetje bijgesteld. Zo krijgen wij nu ook de prauwen te zien, waarmee nog rituele vaarten en wedstrijden worden gehouden.. Volgende maand zal er nog zo’n evenement plaatsvinden.
In de Rumah Adat, het traditionele gemeenschapshuis, worden alle rituele attributen bewaard. Zo ook deze mooi geschilderde boegbeelden, die bij de wedstrijden op de prauwen worden vastgemaakt.
En dan gaat het met brommers de heuvels in (is 400 à 500 m nog een heuvel?), kronkelend door kleine dorpjes met massa’s spelende kinderen – het is zaterdag en er is ’s middags geen school meer – madrassa (koranschool) of gewone school.
Er is daar natuurlijk weer een fort. De locaties werden ingenieus uitgezocht. Met één of meerdere forten op een bepaalde hoogte kon je alle baaien in de gaten houden.
Je vindt ook de “bloedsteen”, de steen waar de Nederlanders en de lokale leiders een overeenkomst met bloed tekenden – je weet wel, zoals bij de Indianen. Maar zoals we weten, hebben de Nederlanders zich niet aan de overeenkomsten gehouden.
Dan klimmen wij weer verder, naar de botanische tuin. Een man klimt in een boom om de muskaatnoten uit de boom te schudden. Een andere methode is met een bamboestok de noten uit de boom te trekken.
Je weet dat ze rijp zijn, als ze opensplijten.
Meest indrukwekkend zijn toch de kenari bomen – eeuwenoud, breed en hoog, waartussen de nootmuskaatbomen kunnen gedijen.
Er wordt hier ook vanille gekweekt, maar wij hebben nergens bonen zien hangen
Alhoewel de vrouw van de hotelier zegt dat ook hier het weer veranderd, is het op deze eilanden best droog en regent het niet zo veel
Een bron is daarom zeer belangrijk en wordt goed bewaakt. Je moet je schoenen uitdoen voor je aan de waterput komt en vrouwen mogen nooit water ophalen (vind ik best).
Eén adellijke familie kon de Nederlandse slachtpartij ontkomen en kon de kusten van Seram bereiken. Later verhuisde een deel van hen naar Saparua, het eiland dichtbij Ambon. De naam van de familie veranderde ietwat met de verplaatsingen, maar is nog steeds duidelijk voor allen in de Banda eilanden.
De tranen sprongen in mijn ogen toen ik het hoorde. Onze Indonesische familiegeschiedenis is traceerbaar tot in de 17de eeuw. Zo speciaal …
7 jaar geleden lazen we Giles Miltons boek “Nathaniels nutmeg” dat een licht gekleurde versie gaf van wat zich hier in de Banda eilanden afspeelde meer dan 300 jaar geleden. De (super)korte versie is dat nadat de Portugezen de herkomst van de nootmuskaat ontdekt hadden, barstte er – zoals eerder verteld – een hevige strijd los tussen de Engelsen en de Nederlanders.
Wanneer, na de zoveelste onderhandeling, de Bandanezen er genoeg van kregen, lokten die de leider Verhoeff en zijn 2 commandanten in de val. Ook aan boord waren Jan Pietersz Coen en Piet Hein … En uit wraak werd heel het dorp Lewetaka uitgemoord. Toeval of niet: elke kamer in dit hotel heeft een historische naam … de onze is Lewetaka!
Hier ging het dus om: geld! Veel geld! Naar verluid brachten de eerste schepen zoveel op dat een zeeman genoeg had aan een zakje nootmuskaat, om bij aankomst in Amsterdam, daarmee een huis te kopen.
Piet leidde nog een aantal strafexpedities op Run en Banda Besar (Lontor). Na het quasi volledig uitmoorden van de bevolking had het VOC haar monopolie vast en moest ze enkel nog de Engelsen wegjagen. Tekenend is ook de naam van het fort op het eiland Ay: het heet Revenge (Wraak). De gevangenis daar ligt net naast de regenwater tank; dus lekker vochtig.
Toen uiteindelijk bleek dat ze teveel mensen uitgemoord hadden ging de VOC op zoek naar import arbeiders om de nootmuskaat boompjes te verzorgen… Nederlanders kregen een “perk” – zeg maar plantage. Die mensen werden perkeniers genoemd … een beetje zoals renteniers. Nu nog zijn er Nederlandse families die slapend rijk zijn door wat hun voorvaderen hier deden.