De oude stad van Surabaya

Surabaya, zoals veel van de grotere steden in de archipel hebben nog een “koloniale” wijk. Soms heet die Kota Tua of Kota Lama, “Oude stad”.

In Surabaya is die best duidelijk zichtbaar, niet alleen door de gebouwen – overigens hier dikwijls in art-deco stijl – maar ook door de straatnaamborden, die de straatnamen uit de koloniale tijd weergeven.

Er zijn ook heel wat herinneringen en monumenten die verwijzen naar de onafhankelijkheid. Een van de meer opmerkelijke is een nagemaakte uitgebrande auto van Brigadier Mallaby, die omkwam toen de Indonesische nationalisten op het einde van WO II de Engelsen bevochten, die Surabaya bevrijdden van de Japanse bezetter en aan Nederland teruggaven.

Stopover: Surabaya

Rechtstreekse vluchten vanuit Ambon zijn beperkt tot de dichtstbijzijnde eilandengroepen en de “heilige Drievuldigheid” Jakarta, Makassar en Surabaya. Om dus naar Bali (eind bestemming van deze reis) te vliegen, kan je niet anders dan over één van deze HUBs te gaan.

Makassar hadden wij al bezocht, Jakarta is te groot voor een stopover, dus werd het Surabaya, waar wij 7 jaar geleden al eens waren.

We kozen weer voor hetzelfde hotel, waar trouwens ooit nog Leopold III logeerde. Dit hotel was namelijk ooit de “place to be” voor de beau monde, die de stichters, de gebroeders Sarkies (ook de oprichters van Raffles in S’pore), graag zagen komen.

Majapahit, zoals het hotel nu heet, verwijst naar het vroegere Hindu rijk, en is zijn naam waardig. Prachtige binnentuinen, waarlangs de kamers liggen, en een enorme balzaal, waar je zo de elegante koppels ziet dansen.

Een plaats, die in stand moet gehouden worden in deze levendige stad, die nog steeds uitbreidt.

Laatste verkeersopstopping in Jakarta

traag verkeer, tijd genoeg om wat te babbelen met de chauffeur. We hadden zijn auto eerst niet herkend, want die was wit en de dag voordien reden we met hem in een zwarte… Ja, hij heeft namelijk twee auto’s nodig omdat hij elke dag moet kunnen rijden… Afhankelijk van de nummerplaat mag je in Jakarta maar de helft van de week rijden. En dus is de oplossing: twee auto’s! Met een elektrische mag je natuurlijk elke dag rijden. En ja die rijden ook rond – herkenbaar aan een blauwe strook in de nummerplaat- maar ofwel dure Europese of goedkopere Chinese.

Nog gauw afscheid nemen van de chauffeur – wiens adres we zeker zullen bijhouden – en hop: naar wat luchtzakken boven de Indische Oceaan en Doha, hoofdstad van Qatar.

Jakarta “marché aux puces”

Niet ver van ons hotel is een straat met een lange rij winkeltjes met items die variëren van oude rommel tot echte antiek. En van een gevarieerde oorsprong: Westen, Chinees en natuurlijk veel Indonesisch. Het gaat van porselein, over stoffen en houtsnijwerk tot hanglampen.

Batavia (Jakarta Kota Tua – de oude stad)

De vorige keer bezochten we de oudste haven (Sunda Kelapa). Nu gingen we langs de oude stad, waar ooit de VOC de plak zwaaide en die de stad uitbouwde tot een fort en handelscentrum. Niet zonder miserie bij de lokale bewoners. Het vroegere kantoor van de gouverneur is nu een museum dat de geschiedenis toont van de eerste dagen in de Banda archipel (nootmuskaat = pala) en de Molukken (kruidnagel) tot het failliet van het VOC en het begin van de eigenlijke kolonisatie door Nederland.

Er is ook wat over de prehistorie van Indonesië. Dit hoort hier niet bij maar Homo Erectus (2 tot een 1/2 miljoen jaar geleden liep al rond op Flores!

Er staat nogal wat meubilair uit de 18de eeuw en eerder.

Terug in de “grote durian”

Met Garuda vlogen we van het natte Ambon naar het zwoele Jakarta. De luchthaven van Ambon kan niets groters aan dan de Boeing 737, maar is één van die kleine, gezellige luchthavens die je op veel eilanden hier treft. Er kwam ook een vlucht aan uit Banda Neira, wat ons meteen deed dromen van een volgende reis langs de Banda eilanden … Lain kali: een andere keer …

Zoals meestal: een rustige vlucht met soms een mooi zicht op een eilandje, wolkenformaties of een hoge berg.

Aankomend in Jakarta zie je de smog al hangen …

En de volgende morgen, is de smog er nog steeds (foto vanaf 15de verdieping van het hotel). Zie je meteen de oorsprong van de bijnaam van Jakarta: “durian besar”, of grote durian, het bekende ‘stinkfruit’. Lekker, maar het stinkt.

Shopping

Voilà, het resultaat van door één van de belangrijkste shopping malls in Bandung te slenteren. Schoenen, die je in Europa enkel via internet kan bestellen, een camera, die je mogelijk pas in de volgende maanden bij ons zal kunnen vinden (totaal niet zeker) en allerlei kleinigheden; washi tape, sticky notes, ijskast magneten – girls stuff , actually …

Zie je veel nieuws? Eigenlijk niet. H&M, Zara, M&S – het is hier allemaal, dus daarvoor moet je hier niet komen winkelen. Maar ik geef toe, je kan hier joekels van TV-toestellen aan EUR 850,- kopen (dat heb ik toch nog niet in België gezien) en Xiaomi verkoopt hier wifi-versterkers, stofzuigers en tandenborstels.

Maar zo nu en dan zie je iets grappigs.

Kota (stad) Bandung

Bandung is een drukke lawaaierige stad waar 3 miljoen mensen wonen. Het is ook de hoofdstad van West-Java en is best wel groen, met veel bomen. Omdat het op 700m ligt is het er ook ietsje frisser. Het verkeer krioelt door elkaar en hier geldt “voorrang voor de voorwielen”. Je moet echt de afmetingen van je voertuig tot op de millimeter kennen!

Het zicht van op de 11de verdieping

Bandung was in oorsprong een dorpje langs de “Grote Postweg” die van Jakarta langs de belangrijke plantages slingerde tot bijna de oostelijk tip van Java. Koloniale realisatie met veel dwangarbeid …

We gingen even een kijkje nemen naar de shopping mall een paar 100m verder langs de hoofdweg. Drie dingen vallen steeds weer op: een jonge bevolking, veel nieuwe auto’s en creatieve ideeën. En veel – drukbezochte – restaurants.

In de shopping mall is de inrichting leuk en luchtig en hebben ze in het midden een soort plein gemaakt waar mensen een dienst of een product kunnen aanbieden; die later kunnen doorgroeien naar een echte winkel.

Unesco erfgoed

In het westen van Java heb je een landstreek die Sunda heet en dat onder meer bekend staat voor een zeer speciaal muziekinstrument: de Angklung. Sinds 2011 behoort dit – samen met onder meer wayang poppen en sites zoals de Borobudur – tot het Unesco Erfgoed.

Een angklung bestaat uit twee tot drie gestemde bamboekokers die zich in een frame bevinden. Bij het zijdelings heen en weer bewegen ontstaat een warm soort geluid. Elk instrument is met de hand gestemd en brengt één toon (do, re ….) voort.

Hier een werkplaats met daaraan verbonden een muziekschool, die geregeld voorstellingen geeft. Zo zagen wij gisteren een heel kinderorkest, aangevuld met dans en een korte wayang voorstelling met – uiteraard – de Ramayana als onderwerp.

Halverwege de show gaat het gordijntje voor de tafel weg en zien we hoe de poppenspeler – letterlijk – met handen én voeten werkt. Met zijn linkervoet bvb maakt hij de geluiden van donder, bliksem en klappen na. Lijkt niet simpel!.

Het Saté Gebouw

Bandung: universiteitsstad, bloemenstad, stad van massa’s kleding outlets (we zagen al Nike en Adidas outlets) en honderden restaurants heeft iets wat geen enkele andere stad ter wereld heeft: de Gedung Saté.

Het gebouw werd in 1920 gebouwd en was deel van een groot project dat nooit werd afgewerkt. In de volksmond werd het al vlug Gedung Sate (Saté Gebouw) genoemd omwille van de pinakel boven de hoofdingang, die op een saté-stokje lijkt.